1: Inleiding

Op 17 mei 1942 klinkt er aan het begin van de avond jazzmuziek op de zender Hilversum II, gevolgd door de klokslagen van de Big Ben. Een vrouwenstem kondigt aan: Londen, voorjaar 1942 en een bekkenslag bekrachtigt haar woorden. Het orkest zet een lentemelodie in en dezelfde vrouwenstem zegt:

 

Ook over de huizenzeeën van Londen is het voorjaar neergestreken, voorjaar 1942. Het wijde heuvelland, waardoor zich de Theems kronkelt in tientallen bochten, ligt in den lentenevel overtogen met een waas van teer groen. Hoog in den lichten hemel, waardoor witte wolken zeilen, dartelt een kievit, - zijn roep is de roep van de lente – alles ademt hier buiten de vrede van het ontbottende leven, van de hoop en van de verwachting. Wondermooi zijn in de lente de landschappen in Essex en Sussex, waardoorheen de Thames zijn zilveren spoor trekt van Marlborough Heights naar de wijde wateren van de Noordzee. Wondermooi is dit land ... zoolang men er met de kievitten alleen is, of er met driftige trekvogels, hoog als in vogelvlucht overheen scheert en ... zoolang men er den mensch niet ziet.

 

De melodie breekt plotseling af en een mannenstem spreekt:

 

Want dit voorjaar vindt de menschen in Engeland in verbijstering en wanhoop. Met het geweld van mokerslagen voltrekt het Duitsche luchtwapen aan dit volk de wrekende vergelding voor zijn lichtzinnigheid, waarmee het over de wereld een oorlog ontketende, die nimmer zijn weerga had, een oorlog, die machtiger en grooter is dan alle macht en grootheid van Engeland. Geen dag gaat er voorbij, die in de zeven zeeën, waardoor Engeland is omsloten, niet de eertijds trotsche Union Jack ziet ondergaan – de straf, die het volk van Engeland treft voor den misdadigen hoogmoed een geheel werelddeel tot de hongersnood te willen brengen. En op de uithoeken der wereld, waar trotsche geslachten van Britsche zeevaarders die vlag van het Vereenigd Koninkrijk eens geplant hadden als zichtbaar symbool van macht en glorie – daar daalt die vlag weer, gescheurd en gehavend, bevlekt met het bloed van duizenden, die Engeland nu meesleurt in zijn ondergang, besmeurd met de zonden van een rijk, dat de hebzucht tot zijn godheid verhief.

 

De toon is gezet in 24 uur Londen, een luisterspel van W.G. Kierdorff. De dialoog wordt gevolgd door een gesprek tussen John en zijn vrouw Phyllis. Beiden begrijpen niet dat de jongere Engelse generatie zo gedegenereerd is en ze betwijfelen of Engeland wel kan standhouden in deze oorlog. Het fragment wordt afgesloten met een omroepbericht waarin bezorgdheid wordt uitgesproken over de situatie in Engeland en de Sovjet-Unie.

 

In een volgende scène wordt een high tea gegeven ter gelegenheid van de Russische bondgenoot. De Russische gast is grof in de mond en alleen geïnteresseerd in drank. Een nieuwslezer sluit wederom de scène af met het bericht dat het gezien de oorlogssituatie thans in Engeland is toegestaan om kinderen ondergronds in de steenkolenmijnen te laten werken.

 

In de laatste scène constateert een man dat de Engelsen moeten beseffen dat zij zelf schuldig zijn aan de situatie en dat ze niet steeds de schuld op anderen moeten schuiven. Als hij van de regering de opdracht krijgt om 10.000 ton aluminium te le veren, kan hij niet aan die opdracht voldoen. In een laatste polyloog blijkt dat er in Engeland aan alles gebrek is.

 

De mannenstem uit het begin van het luisterspel rondt het geheel af en concludeert dat Engeland zijn krachten op drijfzand heeft gebouwd. De ondergang van een wereldrijk is aanstaande. Het orkest speelt voor de laatste keer een stukje jazzmuziek.

 

Het luisterspel 24 uur Londen is niet uniek, in de oorlog werden er talloze luisterspelen uitgezonden waarin het verval van Groot-Brittannië en in het bijzonder de degeneratie van de Engelse jeugd – de kinderen drinken te veel, maken bovendien schulden en ze hebben buitenechtelijke relaties – geliefkoosde onderwerpen waren in de propaganda. Ook de Russische infiltratie in Engeland en de voor de Sovjet-Unie desastreuze situatie aan het Oostfront zijn geen uitzonderlijke motieven.

 

Programma overzicht in de Luistergids voor Hilversum 2 op 17 mei 1942.

 

De Luistergids, gedeelijktelijke programmering voor Hilversum II op 17 mei 1942.

Met om 18.30 uur het luisterspel 24 uur Londen.

 

Een luisterspel – wij gebruiken nu liever de term ‘hoorspel’ – is een dramatische tekst die niet zichtbaar voor een publiek wordt opgevoerd. In de oorlog werden deze teksten door het Omroeptooneel gespeeld, dat onder leiding stond van Jan C. de Vos jr. en waaraan verschillende bekende toneelspelers waren verbonden. In 1942 werden de Spelers van den Omroep ingezet om het toneel van de nieuwe orde met voorstellingen van Het kan verkeeren te promoten. Welke luisterspelen door hen voor de microfoon ten gehore werden gebracht en welke thema’s ze bevatten, wordt in "Luisterspelen 1940 - 1945" beschreven.

 

 

Vermenigvuldiging of verspreiding van de hele of gedeeltelijke inhoud van deze pagina, is zonder voorafgaande schriftelijke toestemming niet toegestaan.
© A.P.A.M. van der Logt

 

Met dank aan Ad van der Logt.