Index: Luisterspelen 1940-1945 / De luisterspelafdeling

De luisterspelafdeling

De organisatie van luisterspelen berustte sinds de oprichting van de NO bij twee onderafdelingen van de afdeling Ontwikkeling en Voorlichting: Vormgeving en Voorbereiding Luisterspelen en de onderafdeling Hoorspelen en Declamatie.

 

Maar daarnaast was er nog een aantal personen en instanties betrokken bij de realisatie van luisterspelen. Het hoofd van het Radiotoneel, in eerste instantie Willem van Capellen, later opgevolgd door Jan C. de Vos jr, het hoofd van de onderafdeling Regie, mocht zich alleen met de uitvoering van het luisterspel bezig houden en niet met de voorbereiding.

 

Daarnaast had de onderafdeling Vormgeving, die onder leiding stond van Ger H. Knap een grote invloed bij de realisatie van luisterspelen. De laatste die zich met luisterspelen bemoeide was de dichter J.A. van Kersbergen, die literair referent was bij de NO en zelf aspiraties had luisterspelen te schrijven.

 

Tijdens een van de vele reorganisaties bij de NO was de onderafdeling Hoorspelen en Declamatie opgegaan in de afdeling Luisterspelen en Letteren, die op haar beurt sinds 8 december 1941 samengevoegd was uit de onderafdelingen Voorbereiding luisterspelen en Boekbespreking en Voordracht. Hoofd van deze nieuwe afdeling werd Jef Popelier, bijgestaan door A.A.J. Haman. Beiden waren NSB’er. Popelier werd op 1 mei 1942 opgevolgd door Henri van Hoof en nog later door Klaas Smelik. Ontwikkeling en Voorlichting was op dat moment al weer vervangen door de Afdeling Dramaturgie.

 

Met de afdeling Luisterspelen als voorbeeld mag de conclusie getrokken worden dat de NO een ingewikkelde, ondoorzichtige structuur had die in de loop van de oorlog in complexiteit toenam. Tijdens het eerste bezettingsjaar was er voor de acteurs en regisseurs niet veel veranderd, iedereen deed gewoon zijn werk. Pas in juli 1941 merkten de acteurs van het Radiotoneel echt iets van de nazificering van de NO.

 

In hun contracten was wel een zogenaamde ‘anti-propaganda-clausule’ opgenomen. Zij konden niet gedwongen worden mee te werken aan programma’s waarin propaganda werd gemaakt voor het nationaalsocialisme. Ook konden zij met een beroep op die clausule weigeren mee te werken aan ideologisch getinte programma’s. In die julimaand riep Van Capellen elke acteur of actrice apart bij zich en deelde hem of haar mee dat de clausule was vervallen. Elf van de veertien acteurs, de meesten waren afkomstig van het VARA-toneel, namen daarop ontslag.

 

 

illustratie uit de Luistergids

Op 9 maart 1941 werd het luisterspel De baby van Jacobs uitgezonden.

illustratie uit de Luistergids

 

 

De bekende regisseurs van voor de oorlog werkten niet lang bij de NO. Salomon de Vries jr., regisseur bij de VARA, moest bij de oprichting van de NO vertrekken omdat hij joods was. Willem van Capellen vertrok in september 1941 om artistieke redenen, althans dat gaf hij op. Eigenlijk vertrok hij uit principiële overwegingen omdat hij het niet eens was met de voorbereiding en uitzending van de serie Landman’s lust. Hoe moeilijk het was om ‘onpartijdig’ te blijven, bleek ook bij hem, want aan de andere kant aanvaardde hij wel de regie bij het eerste antisemitische luisterspel dat de NO uitzond.

 

 

illustratie uit de Avrobode

Op 6 juli 1941 werd het luisterspel De zilveren bruiloft uitgezonden.

illustratie uit de Avrobode

 

 

Ook Kommer Kleijn vertrok om principiële redenen, maar had af en toe nog contact met de NO. Voor de opname van zijn Schouwburgcabaret op 15 februari 1942 ontving hij een honorarium van ƒ 350,- en later nog eens ƒ 150,- bij een herhaling. Toon Rammelt kwam wat moeilijker weg. Pas in oktober 1941 liet Herweijer hem gaan op voorwaarde dat hij freelance bleef werken voor de NO. Rammelt liet dat contact echter doodbloeden, omdat hij koos voor zijn nieuwe baan bij Spaarnestad BV.

 

 

illustratie uit de Avrobode

Op 8 juni 1941 werd het luistespel Susan knapt het wel op uitgezonden.

illustratie uit de Avrobode

 

 

Na het vertrek van zoveel acteurs en regisseurs moest er bijna een compleet nieuwe luisterspelafdeling worden opgebouwd. Met behulp van Louis Lutz en H. Bergman slaagde mr. A. H. Nuver er in om naast de hoofdregisseur Jan Koetsier Muller nog zes anderen te benoemen: Adriaan van Hees en Eduard Palmers (beiden nationaalsocialist), A.D. Hildebrand en Han König – door Verkijk als zéér meegaand en meegaand omschreven – , Jan Lamers en Ary van Nierop.

 

De nieuwe lichting auteurs bestond uit Jef Popelier, Klaas Smelik en Martien Beversluis (beiden ex-VARA), Henri van Hoof (ex-AVRO), Jan van Rheenen, Wybe de Vries die onder het pseudoniem Herman Kramer voornamelijk WA-luisterspelen schreef en Ger H. Knap. Deze benoemingen pasten precies in het nieuwe beleid dat de luisterspelafdeling diende te voeren. In feite werd ze steeds meer ingeschakeld om via luisterspelen nationaalsocialistische propaganda te bedrijven.

 

Niet alleen De Vries, ook anderen werkten onder pseudoniem. Jef Popelier, de schrijver van het beruchte luisterspel De zwarte handel lokt werd aangekondigd als Jos den Brabander, Martien Beversluis publiceerde zijn spelen voor de jeugd onder het pseudoniem Rob Altena. Dat gebeurde op verzoek van de onderafdeling Vorming van de NSB. Men was bang dat de luisteraars zouden denken dat de luisterspelen steeds door dezelfde auteurs werden geschreven.

 

Ook mindere goden, assistenten die de teksten bewerkten, waagden hun kans en de laatste groep auteurs werd gevormd door de deelnemers van de luisterspelprijsvraag die door de NO in 1941 was uitgeschreven. Tot deze laatste groep behoorden: Theophile de Bock, Hasco Dekker, Theep de Groot, Cyriel Verheyen, H.B. Wildevuur, Edo Odet en Karel van Dorp.

 

Wat gold voor de regisseurs en schrijvers gold ook voor de acteurs en actrices. Tussen september 1941 en juli 1942 werd een nieuwe hoorspelkern gevormd, bestaande uit negentien spelers en speelsters waarvan een aantal de nieuwe orde was toegedaan, hetzij als lid van de NSB (Jeanne Verstraete, Ada van Duyl, Ton van Otterloo, Louis van Dommelen, Jacques de Haas en Piet Rienks) hetzij als sympathisant (Mien Duymaar van Twist, Jules Verstraete en Philip la Chapelle).

 

Jeanne Verstraete  Adolf Bouwmeester

Jeanne Verstraete en Adolf Bouwmeester

 

 

Voor de andere acteurs en actrices (onder andere Hélène Vink, Minny Erfmann, Joke Busch, Adolf Bouwmeester, Jacq. Hamel, Arnold Smitt en Louis Poolman) hebben zeer uiteenlopende overwegingen een rol gespeeld om toe te treden tot de hoorspelkern. Sommigen zullen uit naïviteit zijn toegetreden of uit een houding van ‘zo erg is het ook weer niet’, anderen zagen een vaste baan bij het nieuwe medium als een niet te versmaden kans om hun carrière verder te ontwikkelen.

 

Weer anderen zullen gedacht hebben dat er toch geld verdiend moest worden om in het levensonderhoud te voorzien. Na september 1942 werden jonge, pas afgestudeerde acteurs als Georgette Sassen, Dogi Rugani, Thea Thuleken, Anny Schuitema en Bob van Iersel geworven. Zij kregen na een cursus een baan bij de hoorspelkern van de NO.

 

 

Vermenigvuldiging of verspreiding van de hele of gedeeltelijke inhoud van deze pagina, is zonder voorafgaande schriftelijke toestemming niet toegestaan.
© A.P.A.M. van der Logt

 

Met dank aan Ad van der Logt.