Index: Luisterspelen 1940-1945 / Het luisterspel in nazi-Duitsland

Het luisterspel in nazi-Duitsland

Door het vertrek van de belangrijkste regisseurs, acteurs en auteurs bij de NO moest in kort tempo een leemte worden opgevuld. Hoe de nieuwe medewerkers werden geworven is al besproken. Hier dient de vraag beantwoord te worden waar zij de stof voor hun luisterspelen vandaan haalden. En in hoeverre de Nederlandse luisterspelauteurs hun eigen creativiteit gebruikt hebben bij het schrijven van nationaalsocialistische luisterspelen of leentjebuur hebben gespeeld bij hun Duitse collega’s.

 

In Hörspiele im Dritten Reich beschrijft W. Wessels de ontwikkeling van het Duitse luisterspel in de jaren 1933-1945. Hij onderscheidt daarbij vijf verschillende thema’s die hier beknopt worden weergegeven. Onder de noemer van het thema ‘Weltverlust und Sehnsucht’ plaatst hij die luisterspelen waarin de wereld als gevolg van de voortschrijdende industrialisering en technologiesering werd ervaren als gepolariseerd en gespleten.

 

De economische crisis van de twintiger en begin dertiger jaren in Duitsland zorgde voor een geestelijke crisis die maatschappelijke en politieke fragmentering in de hand werkte. De oplossing van die economische problemen werd gevonden in een vaag verlangen naar één ‘geheel’, een overwinning op de gespletenheid in een onbekende eenheid en die in een aan de metafysica ontleend volledig nieuw ‘iets’ gezocht werd.

 

Tot dit thema rekent Wessels drie motieven: ‘het zich bewust zijn van de crisis’, ‘werkloosheid’ en ‘heimwee naar het vaderland’. Centraal stond de verhouding tussen het individu en de massa in de moderne wereld van de grote stad. Dit gegeven was ontleend aan het Expressionisme. De mens werd in dit soort luisterspelen opgevoerd als een massamens, bij wie iedere individualiteit ontbrak. In tegenstelling tot Massa Mensch van Ernst Toller, waar de massa synoniem was met het proletariaat, was bij dit soort luisterspelen de historisch maatschappelijke verankering afwezig. Het ging dus niet om het beschrijven van een realistische toestand, maar om een geabstraheerde ervaring.

 

In het subthema ‘werkloosheid’ kwam vooral het verlangen naar een betere toekomst waar alles anders zou gaan naar voren. De politieke partijen hadden voor de werkloze afgedaan, hij was een eenling geworden die niet door de maatschappij werd geaccepteerd. De in Duitse luisterspelen gepredikte oplossing lag niet in een baan of een goed salaris, maar veeleer in de abstracte wil om tot de gemeenschap te behoren, door Wessels een individueel bewustzijn van het geheel genoemd. De enige binding met een abstract geheel die de hoofdpersonages bij zichzelf nog bespeurden, was het heimwee naar het vaderland.

 

Het tweede thema, ‘Erfüllte Sehnsucht’ is net als het eerste onderverdeeld in een drietal motieven: ‘afrekening met de republiek van Weimar’, ‘offermythe’ en ‘volksgemeenschap’. De luisterspelen die onder dit thema ressorteerden, waren historisch van aard en hadden de Duitse geschiedenis vanaf de Eerste Wereldoorlog tot aan de machtsovername in 1933, ja zelfs tot aan een visionair uitbreken van de Tweede Wereldoorlog als onderwerp.

 

Terugkerend motief in deze luisterspelen was de roep om de sterke leider die niet werd gerealiseerd in het optreden van de Führer zelf, maar eerder indirect in het luisterspel optrad en in Kampf um die Nation van Werner Plücker als bijvoorbeeld ‘der Siebente’ werd aangeduid.

 

Onder het thema ‘het vervulde verlangen’ werden ook die luisterspelen gerangschikt waarin de dood van de soldaten in de Eerste Wereldoorlog of de omgekomen partijgenoten uit de begintijd van de NSDAP onderwerp van spel waren. Het subthema ‘volksgemeenschap’ bestond voornamelijk uit die spelen waarin de loftrompet werd gestoken met de grootse maatschappelijke werken als de aanleg van de autobanen.

 

Haus des Rundfunks

Haus des Rundfunks te Berlijn in 1935

 

 

Wessels omschrijft het derde thema als ‘Die Wirklichkeit als Traum’. De machtsovername in 1933 had in de beleving van de Duitsers een grote veranderring teweeg gebracht. Een droom was werkelijkheid geworden. De NSDAP was geen partij meer, maar een volksbeweging; Adolf Hitler geen dictator, maar de belichaming van de volkswil; censuur was geen maatregel van de staat maar werd opgevat als zelfreiniging. Tot ver in de oorlog werd deze droomwereld in stand gehouden.

 

Voorbeelden hiervan waren de legercommuniqués en de Wochenschau die het beeld van de prachtige droomwereld van het Derde Rijk en het steeds maar winnende Duitse leger sublimeerden. Ook de schrijvers streefden in hun literaire werken deze schijnwereld, die qua procédé een romantische oorsprong had, doelbewust na.

 

Wessels spreekt van een programma: ‘Gleich der staatlichen durch ein neues Führertum will auch der Dichter in einem Dritten Reich der Seele eine Zusamenfassung und Erhebung aller bisher zerstückelten Lebensbestandteile verwirklichen, um alle deutschen Wesensteile zu endlicher und ungehemmter schöpferischer Entwicklung, zu letzter bleibender Erfüllung zu bringen.’

 

Schrijvers die niet direct de nationaalsocialistische propaganda wilden bedrijven, maar ook niet probeerden zich tegen het systeem te verzetten, maakten gebruik van dit thema. Zij zochten hun toevlucht in luisterspelen waarin de zeden en gewoonten van de voorouders een belangrijke rol speelden. In Das Erbe der Väter van Martin Raschke waren dat de handvatten die de twijfelende hoofdpersoon op het goede spoor zetten. Bloed en bodem met een historiserend tintje.

 

Bij de motieven ‘droomspelen’ en ‘boerenromantiek’ was het romantische gedachtegoed sterker aanwezig dan bij de ‘schetsen’, waarbij voordrachten werden afgewisseld met speelscènes. De luisterspelen waarin het eerste motief aan te wijzen was, waren gebouwd rondom een personage die het best getypeerd kon worden als: ‘arm, maar gelukkig’. Door een ontmoeting met anderen nam dit in kommervolle omstandigheden levende personage het besluit zichzelf een wereld te dromen. Zo was het voor hem mogelijk een vriendschap over de dood heen voort te zetten. In luisterspelen waarin boerenromantiek een grote rol speelde traden helden op die een of andere boerenhofstede van de ondergang redden. Zo leidde in Nebel überm See van Richard Billinger een zoon van houtvester Simmerl de vijand, in dit geval Pandoerische ruiters, over een bevroren meer weg van de boerengemeenschap. Midden op het meer brak het ijs, waardoor zowel de zoon als alle ruiters verdronken.

 

Historische stof was ook de verbindende factor in het vierde thema ‘Rückversicherungen’, dat op drie verschillende manieren werd uitgewerkt. In deze luisterspelen werd vooral teruggegrepen op perioden uit de Duitse geschiedenis waarin Duitsland (gedeeltelijk) werd bezet door buitenlandse troepen.

 

In Duitsland werden tijdens de jaren 1933-1945 talrijke luisterspelen uitgezonden met grote Duitse historische figuren in de hoofdrol. Een luisterspel van dit type was onderdeel van een hele reeks, die op verschillende zenders te beluisteren viel. Het leven van deze historische personages moest de tijdgenoten tot voorbeeld dienen.

 

Onder dit type vielen ook al de adaptaties van beroemde toneelstukken die in vroeger eeuwen waren geschreven. Ze werden uitgezonden om de luisteraars duidelijk te maken dat deze grote Duitse dichtwerken het eigendom waren geworden van het gehele Duitse volk.

 

Het laatste thema dat in de Duitse luisterspelen voorkwam, geeft Wessels het predikaat: ‘Mobilmachung’. Tot deze categorie rekent hij die spelen waarin de Grote Oorlog en de propaganda tegen Engeland de motieven waren. De Eerste Wereldoorlog werd onderwerp van Duitse luisterspelen op 17 oktober 1929, toen Brigadevermittlung van Ernst Johannsen en Douaumont van E.W. Möller werden uitgezonden. In deze spelen werd nationalistisch, conservatief-revolutionair denken gecombineerd met nationaalsocialistische ideologemen. De oorlog werd voorgesteld als een natuurlijke gebeurtenis, als een noodlot met een zuiverende kracht. In de allereerste luisterspelen met dit motief werden de verheerlijking en de idealisering van de oorlog de centrale thema’s, later kwam de mythe van het offer daarvoor in de plaats.

 

In de twaalf jaren van het Derde Rijk werden er nauwelijks antibolsjewistische luisterspelen uitgezonden, de meeste hadden de propaganda tegen Engeland als thema. Deze propaganda werd beheerst door drie factoren: de oorlogspolitiek van Groot- Brtittanië, de vermeende medeplichtigheid van het bolsjewisme hieraan en de belangen van het wereldjodendom.

 

Het duidelijkst waren deze kenmerken verenigd in de figuur van Rothstein, de joodse vertegenwoordiger van het Russische persbureau Tass, die in Londen werkzaam was en hoofdpersoon was in een reeks luisterspelen van Rudolf Stache, die ook in Nederland werd uitgezonden. Over de reden waarom deze ingewikkelde constructie werd bedacht, zei Stache zelf: ‘Es gibt einen gewissen interna- tionalen Typ von Menschen in London, die sich der Kriegsnachrichten als Handelsobjekt bedienen und die mit ihnen das übelste Geschäft treiben, das man sich überhaupt vorstellen kann. ... Das Sterben auf den Schlachtfeldern, das Elend ver- führter Staaten, die über ganze Völker hereinbrechenden Katastrophen sind für sie nur ein Mittel, Geschäfte zu machen.’ Het sublimeren van een gecombineerde vijand Engeland – Sovjet-Unie werd ingegeven door de angst van beide zijden te worden aangevallen.

 

Later in de oorlog werd de scène verplaatst naar Amerika. Rothstein was daar naar toe gegaan, omdat het in verband met de aanstaande Duitse invasie van Engeland in Londen te gevaarlijk was geworden. In de luisterspelen Kultur in Amerika en Sirenen über New York werkte hij nu samen met Sulzberger, de uitgever van de New York Times. Deze luisterspelen hadden hetzelfde stramien als die welke in Londen speelden. Behalve het vergroten van een vijandbeeld boden deze spelen de mogelijkheid om in te spelen op actuele gebeurtenissen.

 

 

Vermenigvuldiging of verspreiding van de hele of gedeeltelijke inhoud van deze pagina, is zonder voorafgaande schriftelijke toestemming niet toegestaan.
© A.P.A.M. van der Logt

 

Met dank aan Ad van der Logt.