Index: Luisterspelen 1940-1945 / Directe propaganda in de luisterspelen

Directe propaganda in de luisterspelen

 

De nationaalsocialistische propaganda kende zowel negatieve als positieve pijlers. De negatieve zijn ons bekend uit het onderzoek van Hoffmann en Van den Toorn: antisemitisme, anticommunisme en antikapitalisme. De positieve pijlers sloegen op de benadrukking van nationaalsocialistische waarden en denkbeelden. In de luisterspelen met directe propaganda werden deze pijlers op verschillende manieren teruggevonden.

 

‘Zuiver’ antisemitische luisterspelen zijn er door de NO amper uitgezonden. Het enige luisterspel dat tot die categorie gerekend moet worden, was Jodocus van Paul Hardy, een bewerking van Van den vos Reynaerde van R. van Genechten. Op 13 september 1942 werd het onder de noemer ‘satirisch luisterspel’ uitgezonden. In de analyses en bijlagen bij dit hoofdstuk zal het uitvoerig aan de orde komen.

 

Dat wil niet zeggen dat er in de andere luisterspelen geen antisemitische motieven voorkwamen. De vierdelige serie De zwarte handel lokt van Jos den Brabander (pseudoniem van Jef Popelier) had als centraal thema het corrupte gedrag van mensen en de grote schade voor de volksgemeenschap. Dat hieraan volgens nationaalsocialisten voornamelijk joden schuld hadden, kwam ook tot uitdrukking in dit spel. Zij waren het die tot de doodstraf werden veroordeeld, de bedenkers van de zwarte handel in bonnen kwamen er met lichtere straffen van af.

 

 

Advertentie uit het Limburgsch dagblad van 4 augustus 1942

Advertentie uit het Limburgsch dagblad van 4 augustus 1942.

 

 

In de serie Pension ’t Stekeltje van Herman Kramer (pseudoniem van Wybe de Vries) was dit motief niet gekoppeld aan optredende personages zoals in De zwarte handel lokt. De antisemitische opmerkingen werden gemaakt door ene De Ruyter – what’s in a name –, een ambtenaar van het Departement van Volksvoorlichting en Kunsten. De joden, legde hij aan de medebewoners van het pension uit, waren de schuld van alle ellende. Zij waren er voor verantwoordelijk dat zowel de Europeanen als de Amerikanen en de Russen in zulke kommervolle omstandigheden moesten leven.

 

De Ruyter
Ja!. Europa is voor de Europeanen. En de Joden hebben de eeuwen door bewezen, dat ze zich niet assimileeren. Ze maken overal misbruik van de gastvrijheid van een volk, ze parasiteeren, ze zuigen zoo’n volk uit en streven naar wereldheerschappij. Ze ondermijnen het volksche gevoel; dat is immers hun grootste vijand. Alles wat de wereld verpest heeft, de volkeren uit elkaar gescheurd heeft, is van Joden afkomstig. De Franse revolutie en het Marxisme en het Neo-Malthusianisme en het Bolsjewisme... lieve help, dat de wereld de oogen niet eerder zijn open gegaan! ... en je ziet nu toch nóg, wie er in Engeland, Rusland en in Amerika aan de touwtjes trekken.

Professor Knap
Ja, het is wel typisch, dat ze de eeuwen door tèlkens en tèlkens weer vervolgd zijn.

De Ruyter

Omdat ze het er tèlkens en tèlkens weer naar maakten! En daarom moet het nu waarachtig eens radicaal worden aangepakt. De wereld heeft nu toch leergeld genoeg betaald, dunkt me! En ... afgezien van alle theorie! ... ik heb mijn land te lief... Dit is onze eigen grond van ons, Nederlandse Germanen. Dit is ons kostbaarste bezit, dat geheiligd is door het bloed en zweet van onze voorouders en onszelf... nee dat wil ik niet gelijk op deelen met een zootje zwervers van Oosterse afkomst. ... Dat kan ik niet. Dat strijdt tegen de natuur! Het zijn en blijven vreemden, met àndere aard. En nu ze zich eeuw na eeuw telkens weer zóó misdragen, ken ik nog maar één houding: er uit met dat gebroed!

Juffrouw Tack

Ja ... als je er goed over nadenkt.

 

 

Illustratie uit de Luistergis van 25 september 1942

Illustratie uit de Luistergis van 25 september 1942.

Ter illustratie van de luisterspelserie 't Stekeltje.

 

 

Niet alleen bij Jos den Brabander, ook bij andere nationaalsocialistische scribenten waren de joden de kwade genius. In Heling van Jan van Rheenen, uitgezonden op 13 november 1942, had een joodse opkoper Cor schuld aan het misdadige gedrag van de Nederlandse jongens Piet de Wilde (16 jr.) en Jan Koops (12 jr.). Hij had hen aangezet om diefstallen te plegen. Eerst ging het nog om oud ijzer, maar allengs om koperen kranen en nog later om fietsen. De opkoper, Mozes Karnalijnslijper, stond bij de politie bekend als Joden-Cor uit de Hellesteeg.

 

Toen Jan bij het stelen van de fiets op de uitkijk stond, werd hij opgepakt; in het verhoor noemde hij de namen van Piet en Cor. Aan het eind van het luisterspel keken de inspecteur en de commissaris terug op deze zaak.

Inspecteur
Het geval is nogal duidelijk, commissaris. We hebben het vaker gezien: De opkooper die jonge jongens tot diefstal aanzet om zichzelf zonder veel risico te verrijken. Maar een zoo geraffineerd geval als dit heb ik zelden meegemaakt. Verbeeldt U, de kerel speculeerde eenvoudig op het verwrongen eergevoel van de jongens, suggereerde ze dat een flinke kerel voor zoo iets niet bang was, dat er spórt in stak om een diefstal te plegen en uit handen van de politie te blijven...

Commissaris
Tja, het is weer het oude liedje, Lastenberg. En zooals gewoonlijk zullen de bioscopen met hun immoreele Amerikaansche gangsterfilms er ook wel niet geheel vreemd aan zijn...

 

 

Illustratie uit de Avrobode, 12 december 1940

Illustratie uit de Avrobode, 12 december 1940

 

 

In andere subgenres zien we hetzelfde stramien. Voor de reeks Landman’s lust schreef J.H. Holm Stukje bij beetje. Hoe boerenland in jodenhand geraakte. In de politieke luisterspelen van Rudolf Stache was de rol van de jood toebedeeld aan Nathan Israël Rothstein, de vertegenwoordiger van het Russische persbureau Tass in Londen. Hij heeft innige contacten met Thurtle, de onderstaatssecretaris van de Engelse inlichtingen dienst. Het vijandbeeld is nu compleet. De Russen werken samen met de Engelsen, maar het zijn de joden die de touwtjes in handen hebben.

 

In deze van oorsprong Duitse luisterspelen was het antikapitalisme het belangrijkste thema, maar tegelijkertijd werd dit gekoppeld aan antisemitisme en anticommunisme. In tegenstelling tot Duitsland werden in Nederland verschillende luisterspelen geschreven en uitgezonden waarin het anticommunisme of antibolsjewisme het enige thema was. Een groot aantal coryfeeën van de NO was op dit gebied actief: Jos den Brabander, Wim Sassen, George de Vries en Henri van Hoof.

 

De antikapitalistische luisterspelen lieten een wat gevarieerder beeld zien. Dat Groot-Brittannië en Amerika als de grote vijand werden beschouwd, lag voor de hand. Dat was niet alleen te wijten aan de oorlogssituatie, de antikapitalistische tendens was door de nationaalsocialisten overgenomen uit de agitprop van de communisten. Toch werd de propaganda op verschillende manieren in de luisterspelen verwerkt. De teksten van Rudolf Stache werden in Nederland nagevolgd door W.G. Kierdorff en Hasco Dekker. Hun luisterspelen waren voorbeelden van directe propaganda.

Aan de andere kant zond de NO luisterspelen uit waarin de verbondenheid met Zuid-Afrika en de daarvan afgeleide vijandschap met Engeland centraal stond. Vooral Henri van Hoof schreef voor de Jeugdstorm een aantal luisterspelen, dat aan de ene kant de Dietse stamverbondenheid met Zuid-Afrika en aan de andere kant de vijandschap met Engeland moest illustreren. In Hier spreekt Mahatma Ghandi. De martelgang van Britsch Voor Indië paste Willy van der Heide eenzelfde strategie toe. In dit spel toonde hij aan hoe groot de afstand tussen de Engelsen en het volk van India was.

 

 

Een derde categorie waren de luisterspelen met de vooroorlogse democratische samenleving als onderwerp. Enerzijds werd er in dit type luisterspel teruggekeken naar de wantoestanden in de democratische maatschappij van voor de oorlog. In Een arbeider oordeelt het verleden van Eduard Anne Schot, Kameraden van Klaas Smelik en Het vertrouwen van G.P. Smis illustreerden deze auteurs bekende motieven als werk- loosheid, crisis en een uitzichtloos bestaan met diverse voorbeelden.

 

Spel met menschen van Dirk van de Bospoort, had als thema de ontwaarding van de mens onder de heerschappij van het kapitalisme. Anderzijds schreven luisterspelauteurs in het begin van de oorlog spelen waarin zij vooruitkeken en waarin de hoop werd uitgesproken dat de Nederlandse economie net zo gezond zou worden als de Duitse. In Rotterdam, hoe het leeft en streeft, een luisterspel van Klaas Smelik, werd deze strategie van vooruitzien zelfs toegepast op al die Rotterdammers die zich zo ‘moedig’ hadden gedragen bij de wederopbouw van hun stad na het bombardement van de meidagen van 1940.

 

Dat het terugblikken op de vermolmde democratie en het vooruitkijken naar de zegeningen van de nieuwe nationaalsocialistische heilstaat uitstekend konden samengaan, bewees H.B. Wildevuur met Op voor een nieuwe toekomst. De Glorie van den Arbeid.

 

De derde scène van dit luisterspel speelt in een arbeidersgezin in 1939. Vader is de enige die nog werk heeft, hij beschouwt dat als een gunst van de textielfabrikanten waarvoor hij hen zeer dankbaar is. De luisteraar weet al uit een gesprek van de moeder met haar zoon Jantje dat ze niet eens genoeg geld hebben om een paar sokken te kopen. Hun zoon Derk moet stempelen en verwoordt de kritiek op de democratische maatschappij:

‘En we kunnen zeggen en doen wat we willen? Haha, dat is een goeie bak. Hoe komt vader toch aan dien onzin? Dan is ie zeker vergeten, dat na de grote textielstaking van 1932 honderden arbeiders voor altijd de straat op moesten, en waarom? Alleen, omdat ze voor het recht van den arbeider op een behoorlijk stuk brood gepleit hadden. En zij zijn niet de eenigen. Kom maar eens mee naar de stempellokalen, dan kunt U horen om wat voor kleinig- heden de arbeiders de fabrieken zijn uitgesmeten. En dat waren ook allemaal kerels, die dachten dat zij vrij waren om te zeggen, wat zij wilden.’

Waarop de vader dan antwoordt:

‘Allemaal oproerkraaiers natuurlijk.’

Ook Jantje blijkt ineens politiek geschoold te zijn. Hij valt zijn oudere broer bij:

‘Ze mogen dus niet eens tegen de treurige toestanden, waarin zij verkeeren, protesteeren. Dat is Uw vrijheid, vader. En doen zij het wel, dan wordt hun het brood uit de mond gestooten.’

Vader en moeder blijven het onbegrijpelijk vinden dat hun zoon Derk zo opstandig en ontevreden praat. Ook als vader een beroep doet op de heren regeerders en de vakbondsleiders weet Derk hem van repliek te dienen. Derk is degene die deze scène besluit:

‘En wat moet er op deze wijze van ons, van de jeugd, terechtkomen? Moeten wij altijd nutteloos rondslenteren? (met stemverheffing) Dat kan niet en dat mag niet. Wij willen arbeid.’

 

Hierna volgt een akoestisch decor van socialistische strijdliederen, maar ook nu wordt gesteld dat het socialisme niet de oplossing heeft gebracht. Als een derde stem vraagt:

‘Maar wie zal ons arbeiders, uit het proletariersbestaan verlossen?’

 

Wordt het spel afgesloten met een spreekkoor.

Men hoort het roffelen van trommels en het schallen van trompetten

Vierde stem

Wij...
Een spreekkoor

Wij zullen U verheffen. Wij zullen U verlossen van de slavenketenen, door marxisme en kapitalisme geklonken.

Eerste stem

Wie zijt gij?

Vierde stem
Wij zijn de menschen van den nieuwen tijd. Reeds slaan de trommels en schallen de trom- petten.

Geluid van trommels en trompetten

Spreekkoor

Een nieuwe tijd is in aantocht! Wij brengen het socialisme van den daad. Een menschwaardig bestaan voor iedereen. Weg met de knechtschap. Leve de vrijheid in gebondenheid. Dat zijn onze parolen.

Vierde stem

Het is uit met den klassestrijd. De arbeid zal geen vloek meer zijn, maar weer een zegen worden.

Spreekkoor

Eerbied voor den arbeid, eerbied voor den arbeider.

Vijfde stem

Een volk staat op, een volk ontwaakt...

Vierde stem

Het oude is voorgoed voorbij en keert nooit terug.
Spreekkoor

De democratie bracht werkloosheid, ellende, verarming van groote groepen van ons volk.

Vijfde stem

U hebt dat daarstraks nog duidelijk gehoord.

Spreekkoor

Maar thans gloort een nieuwen tijd. Ons ideaal heet: nationaalsocialisme.

Vierde stem

Dat zal weer een toekomst brengen aan velen, die reeds het geloof in deze wereld verloren hadden.

Spreekkoor

Wij zullen u voorgaan in den strijd voor de wederopstanding van ons volk. Eer, trouw, moed en geloof zullen steeds onze handelingen bepalen. Ons leven en werken is Nederland, ons dierbare vaderland, gewijd. Want wij zijn de dragers van den nieuwen tijd. God zegent den arbeid dien wij begonnen, tot heil van Nederland.

 

Tot slot klinkt het lied Eere den arbeid, tekst en muziek van Melchert Schuurman jr. In het spreekkoor gaat de kritiek op de vooroorlogse democratie over op een positieve beschrijving van de toekomstige nieuwe orde. Trefwoorden daarbij zijn de nationaalsocialistische ideologemen eer, trouw, moed en geloof in het nationaalsocialisme, aangevuld met ‘eerbied voor de arbeid’ en ‘vrijheid in gebondenheid’.

 

 

De belangrijkste en beruchtste categorie echter vormden de luisterspelen waarin de personages zich schuldig maakten aan economische delicten als heling, zwarte handel en corruptie. Naast het hiervoor al genoemde De zwarte handel lokt schreef Jef Popelier eveneens onder het pseudoniem Jos den Brabander een serie luisterspelen onder de titel: De Winter gaat in zaken. In deze luisterspelen werd een louche zakenman geportretteerd die zijn geld verdiende met oplichting. Ook Jan van Rheenen was op dit terrein actief. Het DVK vond dit onderwerp zo belangrijk dat er zelfs prijzen werden uitgereikt aan auteurs die restanten van een dergelijk verwerpelijk kapitalistisch gedrag in hun luisterspelen aan de orde stelden. Dit type luisterspel zal uitgebreid aan bod komen bij de bespreking van De zwarte handel lokt in de analyses en bijlagen bij dit hoofdstuk.

 

De hierboven genoemde typen luisterspelen zijn direct afgeleid van de drie pijlers van de nationaalsocialistische propaganda waarin de positionering vooral bepaald wordt door datgene waar men ideologisch gezien tegen is. Natuurlijk zijn er ook luisterspelen geschreven en uitgezonden waarin een zich afzetten tegen deze of gene tegenstander niet de voornaamste bedoeling was, maar waarin facetten van de eigen ideologie, onderdelen van de nationaalsocialistische cultus of zelfs het oproepen van een nationaalsocialistische heilstaat het meest op de voorgrond traden.

 

In de bezettingsjaren zond de omroep luisterspelen uit waarin de promotie van de verschillende nationaalsocialistische organisaties centraal stond. Daarnaast luisterde men de viering van nationaalsocialistische hoogtijdagen vaak op met de uitzending van een luisterspel.

 

 

Omslag Luistergids 19 juni 1942.

 

 

De nationaalsocialisten hadden 1 mei, een van oorsprong socialistische feestdag, 21 juni (midzomerzonnewende) en 21 december (midwinterzonnewende) aan de kalender van nationale feestdagen toegevoegd. Ook werden aloude gebruiken als het binnenhalen van de oogst belangrijk genoeg geacht om er een luisterspel aan te wijden.

 

Op 1 mei 1942 werd Drieklank van den arbeid uitgezonden, een declamatorium in drie delen van Martien Beversluis, het jaar daarop gevolgd door zijn declamatorium Motoren. Voor de muziek tekende Klaas Oostveen, Adriaan van Hees declameerde de teksten.

 

In Drieklank van den arbeid werden de luisteraars achtereenvolgens verblijd met Lof van het handwerk, Lof der techniek en De verzoening. In het eerste deel wordt de arbeid in het pre-industriële tijdperk aan de orde gesteld. Verschillende personages als de boer, de visser, de bouwer, de voerman en de klerk passeren de revue. Bijpassende geluiden (kloppende signalen en hoorngeschal) ondersteunen elke claus van deze handwerkslieden; een koor van stemmen functioneert als echo. In het tweede deel stellen vertegenwoordigers van beroepen uit het industriële tijdperk zich aan de luisteraars voor: de lasser, de machinist, de ingenieur, de typiste en de fabrieksarbeider. In het derde deel verwoordt Beversluis de nationaalsocialistische visie op arbeid. Hierin is sprake van directe propaganda wanneer personages de nationaalsocialistische motieven verkondigen.

 

Zo zegt een stuurman:

En met den roerpen, die wij lang verloren,

Naar ’t licht van ’t Oosten, waar de zon komt gloren!

En een snoeier:

Maar ’t ongediert als drieste vreemdelingen En ’t kruipend onkruid der verordeningen. Omslingerden de stammen! Zie! Mijn hand Snijdt nu het hout weg dier vergroeide stand.

En de weerman:
Te water walsend als een wagend ruiter.
Tot voor het roofnest van den veilen Brit.
Wil ’k wéer mijn volk voor jood en vuigen muiter Beschermen met al ’t vuur dat ik bezit.

 

In de epiloog komt de verbondenheid met nazi-Duitsland aan de orde.

 

’t Verandert al, een episch declamatorium van Martien Beversluis, en Naar het licht van Ans Hepkema waren luisterspelen ter gelegenheid van midwinterzonnewende. De steenen spreken van Dirk van de Bospoort en Zonnewende van George Kettman jr. waren midzomersproken.

 

Ook het begin van de lente werd herdacht met verschillende luisterspelen zoals het declamatorium Lente van H. Kuitenbrouwer, dat op 22 maart 1942 werd uitgezonden of het luisterspel Wij trekken de velden in van J. Tolner. Daarnaast werden in de oorlog spelen uitgezonden die bestemd waren voor de viering van 1 mei, de verjaardag van de Führer of van andere nazileiders.

 

 

In De Führer en de boer, een luisterspel uitgezonden ter gelegenheid van de verjaardag van Adolf Hitler op 20 april 1942 spraken twee stemmen, herhaaldelijk onderbroken door muziek – Götterdämmerung van Richard Wagner – een grote lofzang uit over Hitler en zijn verdiensten voor de boeren. De koppeling tussen de Führer en de boer was niet zo verwonderlijk, want Hitler had zelf aangegeven dat de redding van het Duitse volk afhing van de redding van de boerenstand. Daarom waren letterlijke citaten uit Mein Kampf en een toespraak van Walther Dorré, de Duitse boerenleider, in dit luisterspel opgenomen.

 

 

De Gooi- en Eemlander programmering voor Hilversum 1 op 20 april 1944

De Gooi- en Eemlander programmering voor Hilversum 1 op 20 april 1944.

Met om 18.05 uur het luisterspel Dat zijn werk het onze zij.

 

 

De anonieme auteur noemde verschillende Duitse wetten als voorbeeld en hier en daar trok hij de vergelijking door naar de Nederlandse situatie. Op 20 april 1944 werd het luisterspel Dat zijn werk het onze zij uitgezonden, een compilatie van gedichten en prozateksten waarin Hitler op een goddelijk voetstuk werd geplaatst. Het eerste tekstfragment zette de toon voor datgene wat volgde:

Heer, sta den Führer bij, Dat zijn werk het Uwe zij, Dat Uw werk het zijne zij, Heer,
Sta den Führer bij.
Heer,
Sta ons allen bij,
Dat zijn werk het onze zij, Dat ons werk het zijne zij, Heer,
Sta ons allen bij!

 

 

In andere tekstfragmenten deden de schrijvers enthousiast verslag van hun ontmoeting met de Führer tijdens rijkspartijdagen of aan het Oostfront. Wat zij vooral benadrukten, was de omslag in hun leven. Adolf Hitler had hen de ogen geopend en zij waren fanatieke discipelen geworden.

 

Jaap van Kersbergen en Adriaan van Hees waren de stemmen in een luisterspel over Goebels. Met Horst Wessel, een luisterspel ter gelegenheid van diens sterfdag op 23 februari 1930 werden ook nationaalsocialistische helden gefêteerd.

 

 

Hiermee verwant waren de luisterspelen van of over nationaalsocialistische organisaties. WA-man George de Vries had zich speciaal toegelegd op het schrijven van luisterspelen waarin de promotie van zijn organisatie centraal stond. In Is de WA volksvijandig? werden de luisteraars getrakteerd op een rechtszitting waarin de verdachte er van werd beschuldigd met zijn fiets moedwillig op de Jeugdstorm te zijn ingereden. Toen hij door enkele WA-mannen werd tegengehouden, schold de verdachte hen uit voor ‘vuile schoften’.

 

Daarna werden voor de verdachte en dus ook voor de luisteraars scènes gespeeld waarin WA-mannen te hulp schoten bij het duwen van een handkar over een gladde brug of waarin ze een oud vrouwtje hielpen aan brandhout. Op de vraag van de rechter of de verdachte in de winter een landgenoot wel eens had geholpen, moest deze het antwoord schuldig blijven. Behalve het leveren van deze kleine hand- en spandiensten waren WA-mannen ook geroepen tot grootsere daden. Daarom werd een scène opgenomen waarin een spreker en verschillende stemmen Oostfronters uitwuifden. In zijn slotwoord vatte de vrederechter nog eens samen wat de WA allemaal deed en hij raadde de verdachte aan voortaan niet meer af te gaan op lasterpraatjes, maar bij zowel voor- als tegenstanders van het nationaalsocialisme zijn oor te luister te leggen.

 

Niet alleen voor de WA werden propagandistische luisterspelen geschreven. Een groot deel van het partijprogramma van de NSB werd doorgenomen in de reeks Van huis tot huis. In de serie Kwartier van den arbeid werden verschillende beroepen voorgesteld, steeds werd benadrukt wat hun betekenis voor de volksgemeenschap was.

 

Ook in afzonderlijke luisterspelen werd propaganda gemaakt voor de Nederlandse Arbeidsdienst. Zelfs ter gelegenheid van een tentoonstelling over sibbekunde zond men een luisterspel uit. In een serie als Mevrouw van Straaten wil het naadje van de kous weten, soms ook aangekondigd onder de titel Meneer van Straaten wil het naadje van de kous weten, werden actuele zaken zoals de tewerkstelling van arbeiders in Duitsland – uitzending 26 mei 1942 – besproken en van commentaar voorzien.

 

Aan het einde van de oorlog ontstond een nieuw type luisterspel, waarin de luisteraars werd gewezen op de gevolgen van een mogelijke geallieerde overwinning. In Churchill’s tweede front van Philip van de Wetering wordt de steun van Engeland aan Rusland belachelijk gemaakt.

 

Ter ondersteuning van de strijd aan het Oostfront wordt een tweede front geopend: een invasie van Amerikanen en Engelsen in West-Europa. Na vier dagen worden ze weer de zee ingedreven. In een radiorede deelt Churchill het Engelse parlement mee dat Den Haag, Rotterdam, Amsterdam en Utrecht zijn gebombardeerd. Drie tot vier miljoen Nederlanders zijn dakloos geworden. De geallieerden hebben in de Randstad de tactiek van de verschroeide aarde toegepast, waardoor de helft van Nederland verwoest en voor bewoning ongeschikt gemaakt is. Churchill wordt tijdens deze opsomming van feiten door de parlementsleden voortdurend onderbroken met instemmend applaus. In Hoera! ... het tweede front werd het thema van de mislukte geallieerde invasie door dezelfde auteur uitgewerkt aan de hand van verwijzingen naar Duinkerken, Kreta en Griekenland.

 


Directe of indirecte propaganda

 

Voor sommige luisterspelen is het moeilijk vast te stellen of ze directe of indirecte propaganda bevatten. Soms is het zelfs de vraag of het de bedoeling van de auteur is geweest om indirecte propaganda te bedrijven.

 

Zo beschreef Verkijk de lotgevallen van Tom Bouws, een onderwijzer uit Purmerend. Hij begon met onschuldige sprookjesluisterspelen als Klein Duimpje en Sneeuwwitje en schreef daarna ook voor volwassenen. Bij de uitzending van De man die trouw bleef bemerkte Bouws tot zijn verbazing dat de tekst was bewerkt, waarna hij contact opnam met de afdeling Dramaturgie. Per kerende post merkte de ambtenaar op: ‘Inderdaad heeft uw spel een bewerking ondergaan, daar de verschillende karakters wat meer gekleurd werden om een tendenz beter te doen uitkomen. Vanzelfsprekend waarderen wij Uw werk en wij zullen het bijzonder op prijsstellen het volgend seizoen eenige spelen van U te kunnen plaatsen.

 

In deze subparagraaf worden luisterspelen besproken die zowel directe als indirecte propaganda kunnen bevatten. Aan de orde komen: luisterspelseries als Landman’s lust, vertaalde Duitse luisterspelen, sprookjesluisterspelen en luisterspelen voor de jeugd.

 

In luisterspelen werd veel aandacht besteed aan de verschillende regio’s en haar bewoners. Vooral boeren konden zich op de belangstelling van nationaalsocialisten verheugen. Voor hen werden diverse luisterspelen geschreven, waarvan de serie Landman’s lust wel de bekendste was. De belangstelling voor de boerenstand had deels een ideologische, deels een praktische reden. Ideologisch gezien waren de boeren voor de nationaalsocialisten dé meest zuivere vertegenwoordigers van het arische ras en derhalve hét symbool van de ‘bloed- en bodemtheorie’.

 

Had Van Genechten in een radiorede hen niet geprezen ‘als de bewaarders van het goede bloed in het volk, die dikwijls zonder het zelf te kunnen zeggen waarom, den Jood als een gevaar (hadden) aangevoeld’? Ze waren verstoken gebleven van de internationale cultuur van de grote stad en hadden vastgehouden aan aloude volkse gebruiken, waarvan sommige uit Germaanse tijden stamden.

 

 

Advertentie uit het Nieuwsblad van Friesland: Hepkema's courant van 28 augustus 1942.

Met om 18.00 uur het luisterspel De Houwers.

 

 

De NO hoopte met het uitzenden van luisterspelen waarin die Germaanse gebruiken en gewoontes de hoofdmoot vormden de boeren met cultuur, hun eigen cultuur, in aanraking te laten komen. De boeren konden zo gepaaid worden voor het nationaalsocialistische gedachtegoed. Tegelijkertijd kon de afstand tussen de boeren op het platteland en de inwoners van de grote steden in het westen worden verkleind, zodat toegewerkt kon worden naar één samenhangende volksgemeenschap.

 

De verering voor de boer had niet alleen een ideologische grond, de boeren waren hard nodig bij de opvoering van de binnenlandse voedselproductie. De import van goederen uit Engeland, Amerika en de Sovjet-Unie was door de oorlogssituatie onmogelijk geworden. De onderafdeling ‘Land en Volk’ onder leiding van Dirk van de Bospoort was verantwoordelijk voor deze categorie luisterspelen, waarvan de series Landman’s lust en De familie De Boer de belangrijkste voorbeelden waren.

 

De luisterspelen voor de eerstgenoemde serie werden geschreven door verschillende auteurs. Bij de uitvoering waren soms amateurspelers of toneelgezelschapjes uit de regio betrokken. De auteurs waren regionale ‘specialisten’. Zo schreef Fred Groot diverse luisterspelen over West-Friesland en Texel: Een dag was kommen, En toch de boerderij, Het twintigje (uitgezonden op respectievelijk 2 maart en 12 juni 1942, 2 januari 1943) en De strooppot (uitgezonden op 20 oktober 1942).

 

Karel van Dorp vertegenwoordigde de Krimpenerwaard en de omgeving van Gouda met Van Vastelavond tot Paschen waarin het door boeren gespeelde klok- en hamerspel en het brengen van paasschaapjes of –hertjes aan de plaatselijke geestelijke onderwerp van spel waren. Ook zijn Isaac Hollandus, de duivel in de Krimpenerwaard, een bewerking van de roman van M. Wagenaar over de vervolging van een middeleeuwse alchemist en Sinte Katrijne mel- ken – het melken van de koeien door de armen op 25 november – waren in de serie Landman’s lust te beluisteren.

 

De luisterspelen van P. Minderhout speelden zich af in Zeeland: Westerschouwen, ’t zal je rouwen, Het lot van den boer en Zeelands doodendroom. Y.C. Schuitemaker was de Friese representant, Martien van den Broek de Brabantse.

 

Het werk van deze auteurs is te beschouwen als indirecte propaganda zoals hierboven is beschreven; in hun luisterspelen vormden oude gebruiken of de levenswijze van de plattelandsbevolking het onderwerp van spel.

 

In de serie Landman’s lust werden ook luisterspelen met directe propaganda uitgezonden. In Boer wil ik blijven van de auteur J. de Nobel en bewerkt door Klaas Smelik werd de gebondenheid aan de bodem gesymboliseerd in de strijd van Drentse boeren en een ontginningsmaatschappij. Hetzelfde thema werd aangetroffen in De ontwortelden van H.W. van Rijk en het al genoemde Stukje bij beetje. Hoe boerenland in jodenhand geraakte.

 

Naast dit spel had J.H. Holm ook In de klauw van Juda geschreven dat echter nooit is uitgezonden. Ook het spel Naar Oostland willen wij rijden, een tweedelige bewerking van de roman Baljuw Bartold van Hans Venatier, viel onder deze categorie. Het genoeglijk aandoende provincialisme was veranderd in een ideologisch getinte nationaalsocialistische boodschap.

 

De luisterspelen over de familie De Boer waren weer voorbeelden van indirecte propaganda, waarin een boerenfamilie in Drents dialect discussieerde over actuele problemen en de miskenning van de boerenstand. De serie, gestart op 15 april 1942, werd voornamelijk geschreven door de Drentse NSB’er J.J. Uilenberg, later schreven ook auteurs als J. Tolner en Tom Vos delen voor deze serie.

 

Zoals gezegd waren de politieke luisterspelen van Rudolf Stache voorbeelden van directe propaganda. Dat gold ook voor een auteur als Hans Joachim Tannewitz, wiens door A. Haman bewerkte De roode draad beschouwd moet worden als een anticommunistisch luisterspel. Dat betekent echter niet dat die kwalificatie voor elk luisterspel gold dat uit het Duits was vertaald.

 

 

Advertentie uit het Drentsch dagblad

Advertentie uit het Drentsch dagblad:

officieel orgaan voor de provincie Drenthe van 30 januari 1943.

 

 

De luisterspelen over Duitse onderzoekers en componisten demonstreerden de voortreffelijkheid van Duitse wetenschap en cultuur. Sommige spelen, zoals Die Flucht vor der Freiheit van Fred von Hoerschelmann uit 1929, hadden zelfs geen enkele propagandistische bedoeling. In dit psychologische luisterspel werd het verhaal verteld van twee mannen die zich om verschillende redenen hadden teruggetrokken op een afgelegen vuurtoren. De een, Wegel, voelde zich schuldig aan een ongeluk waarbij veertien mensen om het leven waren gekomen. De ander, Rauk, was op de vlucht voor de politie en dacht dat dit ook gold voor Wegel.

 

Hetzelfde kon gezegd worden van Das Hexenlied, een declamatorium van Max von Schillings (muziek) en Ernst von Wildenbruch (tekst). Dit declamatorium bevatte de laatste biecht van de monnik Menardus uit het klooster Hersfeld. Hierin vertelde hij over het lied dat een heks bij haar executie zong en dat hij zijn hele leven met zich mee gedragen had.

 

 

Bij de sprookjesluisterspelen valt eveneens een tweedeling te constateren. Onschuldige sprookjes als De vuurslag, Alles op zijn plaats en De varkenshoeder van Hans Christiaan Andersen en Het steenen hart van Wilhelm Hauff hadden alleen een amuserend doel. Dat verandert wanneer schrijvers een bepaalde, in dit geval een nationaalsocialistische, interpretatie van het sprookje benadrukken. Dat gebeurde meestal voor of na de uitzending van het sprookjesluisterspel, wanneer de inhoud met de kinderen werd besproken.

 

 

Illustratie uit de Luistergids, 31 augustus 1942

Illustratie uit de Luistergids, 31 augustus 1942.

 

 

Volgens Ger H. Knap, de schrijver van het op 21 mei 1942 uitgezonden luisterspel Roodkapje, moest dit van oorsprong Germaanse sprookje als volgt worden geïnterpreteerd. Roodkapje was de zon, die door het woud (het symbool voor de wereld) naar grootmoeder (het aloude, de oertoestand) ging. Door haar ontmoeting met de wolf (eigenlijk We-ol-fa: door smart-weten-brenger) kwam Roodkapje tot kennis over het leven en de waarheid. Daarom moest de zon ondergaan in het lichaam van de wolf om daarna ongeschonden als de vogel Feniks te voorschijn te komen.

 

Ook het sprookje over Hans en Grietje, uitgezonden op 13 april 1942 kende een dergelijke Germaanse interpretatie. Na hun belevenissen met de heks werden Hans en Grietje door een witte eend over de rivier gebracht en zo gered. De witte eend stond symbool voor de aloude wijsheid. Witte eend is in het oud-Germaans Wit Ant, waarbij wit wijsheid of weten betekent en Ant het oude, het voorbije. Of de kinderen die naar deze luisterspelen luisterden deze interpretatie meteen begrepen, valt te betwijfelen. Dat was zeker niet het geval bij Het geheim van den bronzen armring, een sprookjesluisterspel voor groote menschen van Maria Delbaere-Prins. Dit luisterspel bevatte alle ingrediënten uit de Germaanse voorgeschiedenis zoals runen, voorouders, het ras, de Almoeder en de lichaamscultuur. Ideologisch gezien waren die ‘groote menschen’ eerder lid van de SS dan de NSB.

 

Vergelijkbaar hiermee is het luisterspel De dood van Baldr dat als documentatiemateriaal bij het procesverbaal tegen Jaap van Kersbergen was gevoegd. De vete tussen Baldr en Hodr, de beide zonen van de goden Odin en Frigg, eindigt door een list van Loki in de noodlottige dood van de onkwetsbaar geachte Baldr. Het gegeven van Baldrs onkwetsbaarheid wordt opgeheven als Hodr door Loki wordt misleid en hem met een speer van een maretak doodt. De blinde Hodr wordt op zijn beurt gedood door de derde zoon Wali. Het spel eindigt met een Germaans begrafenisritueel, waarbij het lichaam van Baldr op een brandend schip de oceaan opvaart met aan boord Nana, de walkure en echtgenote van Baldr. Een Germaanse variant van het klassieke verhaal van Achilles.

 

Wat voor de sprookjes gold, gold ook voor de luisterspelen voor de jeugd. Onschuldig vermaak naast nationaalsocialistische propaganda. Waarom het eikenblad een eereteken werd van Rob Altena, het pseudoniem van Martien Beversluis, refereerde aan het Duitse ridderkruis met eikenblad en zwaarden. In Als het eens anders was van Henri van Hoof droomt een Jeugdstormer dat de bolsjewieken Nederland waren binnengevallen. Als hij plotseling wakker schrikt, realiseert hij zich waarom een organisatie als de Jeugdstorm noodzakelijk is.

 

 

Vermenigvuldiging of verspreiding van de hele of gedeeltelijke inhoud van deze pagina, is zonder voorafgaande schriftelijke toestemming niet toegestaan.
© A.P.A.M. van der Logt

 

Met dank aan Ad van der Logt.