Index: Luisterspelen 1940-1945 / De vorm van het luisterspel

De vorm van het luisterspel

Niet alleen aan de inhoud, maar ook aan de vormgeving besteedden de auteurs van de NO grote aandacht om de effecten van de propaganda zo groot mogelijk te doen zijn. In deze subparagraaf worden die luisterspelen besproken die door de gekozen vormgeving laten zien hoe de nationaalsocialistische propaganda aan de luisteraars gepresenteerd moest worden.

 

Allereerst beschrijven we het gebruik van de allegorie in het luisterspel, waarna afgesloten wordt met een bespreking van een nieuwe experimentele luisterspelvorm die door sommige auteurs is toegepast.

 

Morgenschemer in Amsterdam verheerlijkt de instelling van de arbeiders ten aanzien van hun werk. De arbeiders in dit spel zijn een sjouwer en een schipper. De belangrijkste rollen zijn weggelegd voor de dichter Reinier en de kunstschilder Jurriaan, die na een wandeling in de vroege ochtend op zoek naar inspiratie bemerken dat ze net als de arbeiders in dit spel deel uitmaken van de volksgemeenschap. In die ontmoeting speelt de stedenmaagd een belangrijke rol omdat zij hen de weg wijst naar de arbeiders die voor dag en dauw aan de slag zijn. Dat de dichter een Dietse visie op de geschiedenis van zijn land ten toon spreidt, blijkt uit de volgende claus:

 

De dichter
Had stem de macht om al wat stil ten grave daalde, weer te wekken in bloeitijd van dienzelfden wil, toen in ruime werkvertrekken

de kloeke hand en ‘t koele hoofd

het zogspoor, dat de vloot zou trekken wijd om de Kaap en om de Noord, bestierden - had ik zulk een woord,

de stad waar ’t hart der Nederlanden waarvan geen mensch den hartslag stoort, en nooit een Jood met smoez’le handen het bloed bedierf, zoals hij ’t kon,

toen winzucht het van arbeid won.

 

De laatste drie regels van deze strofe zijn op het manuscript doorgestreept. Of ze bij de uitzending achterwege zijn gelaten, valt niet meer met zekerheid te zeggen.

 

In de zang der muze is een strofe gewijd aan Engeland. Dat land had in het verleden zelf geen schepen gebouwd en omdat de Nederlanders niet wilden dansen naar de pijpen van de Engelsen was het niet meer dan terecht dat Michiel de Ruyter de tocht naar Chatham ondernam. Deze fiere houding leidde er toe dat er een volkse welvaart was ontstaan. Daarom moest hulde gebracht worden aan het sobere geuzenleven van onze voorouders was de boodschap voor de luisteraars.

 

Na de nachtelijke kroegentocht weten de dichter en de schilder wat de taak van een volkse kunstenaar is:

Wat het verleden heeft verzwegen,

zal uit ons werk opnieuw ontstaan.

Zoo zijn wij, die vereenzaamd schijnen

Verbonden met uw aller werk...

 

De dichter en de schilder maken deel uit van de volkse gemeenschap, zij zijn ook ambachtslieden die net als de Amsterdamse arbeiders niet van mooie praatjes houden, maar eerder een ‘daad’ willen stellen.

 

Het vertrouwen van G.P. Smis speelt zich ook af in Amsterdam. Het spel bevat een samenspraak tussen de Westertoren en een geveltje, die afgewisseld wordt door ultrakorte scènes ter illustratie van het besprokene.

 

De Westertoren had de nieuwe tijd ingeluid en het geveltje beschouwt hem als een nationaalsocialistische raadgever. De allegorie wordt versterkt doordat het geveltje herhaaldelijk gewag maakt van de lengte van de Westertoren, die daardoor beter op de hoogte is van de actuele situatie. Een groot aantal nationaalsocialistische motieven passeren de revue:

 

Joden worden afgeschilderd als nietsontziende huizenverhuurders, die de echte Jordaners in de crisisjaren uit hun huizen hadden verdreven.

De Engelsen worden genoemd als de oprichters van concentratiekampen, zij bestoken de arme burgerbevolking nu met hun bommenwerpers.

Engelsen en in het bijzonder joden bezigen anti-Duitse propaganda.

Er wordt kritiek geleverd op de vooroorlogse democratie.

De tekst bevat een lofzang op de Oostfrontvrijwilligers.

De tekst bevat een lofzang op het gebod van Hitler: arbeid.

 

De Westertoren vat de propagandistische boodschap aan het eind samen:

‘Maar dat vertrouwen (in het nationaalsocialisme) kòmt wel. Het is al groeiende. En zoolang dat vertrouwen niet beschaamd wordt, zal het blijven groeien, en het zàl niet beschaamd worden, zoowaar als ik hier sta. Er zal eens een dag komen, en die dag is niet zoo ver meer, dat alle menschen elkaar hier als waarachtige kameraden zullen beschouwen. En dan zullen ze hun hoofd schudden over hun kleinzielige, bekrompen of kinderachtige verdwaasdheid die ze dan teboven zijn gekomen. De grootste ziekte van dezen tijd is het gebrek aan vertrouwen. Maar die ziekte heeft z’n crisis gehad. Wij hebben vertrouwen in de toekomst, hè geveltje?’

 

Was het gebruik van de allegorie beperkt tot een enkel personage, met Hij die voorgaat demonstreerde Henri van Hoof dat de allegorie ook een heel luisterspel volgehouden kon worden. In dit spel, dat op 11 mei 1943 ter gelegenheid van de 49e verjaardag van Mussert werd uitgezonden, werd de NSB-leider gesymboliseerd als een krachtige figuur. Hij maakt deel uit van een gezelschap dat met een kar (= Nederland) reist. Als de kar in een gevaarlijke situatie terecht komt, steekt geen van de inzittenden zijn handen uit de mouwen, slechts één man wil de kar vlot trekken. Een laatste variant werd gevonden in Het oude is nieuw, het nieuwe oud van Dirk van de Bospoort. Hierin werden net als in de middeleeuwse moraliteiten karaktereigenschappen gepersonifieerd. Illusie, wijsheid en gemeenschapszin treden als personages op, korte scènes, waarin boeren de dramatische personae zijn, wisselen hun polyloog af.

 

 

Illustratie uit de Luistergids van 31 juli 1942

Illustratie uit de Luistergids van 31 juli 1942.

 

 

Op 4 augustus 1942 startte Henri van Hoof met Wie is dr. Vlimmen een experiment op de radio. Zo langzamerhand was men bij de bespreking van een boek voor de radio uitgekeken op de traditionele vorm van een spreker die een causerie hield over boek en auteur. Van Hoof introduceerde een nieuwe vorm waarin luisterspelflitsen werden gecombineerd met een reportage. De boekbespreking in nieuwe vorm begon nu met een reportage waarin dr. Pulles, de burgemeester van Eindhoven, door verslaggever Wim Reichardt ondervraagd werd over de voorgeschiedenis van het boek. Spraakmakende passages uit het boek, zoals de operatie van een koe in de open lucht, werden nu in de vorm van een luisterflits aan de luisteraars gepresenteerd.

 

De luisteraars reageerden enthousiast op dit experiment. Henri van Hoof en Wim Reichardt besloten om voor de reeks Levende letters deze vormgeving als format te gebruiken. De uitzending van Max Blokzijls luisteraars ... antwoorden op 21 oktober 1942 was het eerste luisterspel volgens het nieuwe format.

 

Op basis van de brieven van luisteraars was een boek samengesteld dat nu in de vorm van een luisterspel-vraaggesprek- reportage werd gepresenteerd. In de dramatische scènes traden een vader met dochter Mies en zoon Henk op; in de reportages kwamen de samensteller, drukker en tekenaar van het boek aan het woord. Het vraaggesprek met Max Blokzijl werd diverse keren onderbroken door een reportage op het DVK.

De spreekkoren vormden de overgang tussen de dramatisch gespeelde scènes en het vraaggesprek met Blokzijl. Ook voor de bespreking van het boek Menschen tusschen wad en wouden van Reindert Brolsma en Waar eeuwen fluisteren van J. Mackenzie pasten de radiomedewerkers hetzelfde format toe.

 

Hoe dit nieuwe type luisterspel er eigenlijk in de praktijk uit zag wordt zichtbaar in Nederlanders in Europa van Ger H. Knap. In dit ‘luisterspel van Neerlands Europeeschen geest’ probeerde hij verschillende radiotechnieken met elkaar te combineren.

 

et spel begint met een potpourri van volksliederen Na liederen uit Duitsland, Oostenrijk, Italië Spanje, Denemarken volgt tot slot het Nederlandse volkslied, dat langzaam overgaat in een bekend kinderliedje. Het spel vangt aan met het noemen van drie grote Europeanen: Napoleon, Caesar en Rembrandt. Grootheid is volgens Knap per definitie niet afhankelijk van de grootte van de stad of het land waar iemand vandaan komt. Niet alleen de Gouden Eeuw, maar ook andere periodes van de Europese geschiedenis lieten zien dat Nederlanders wel degelijk hun stempel hebben gedrukt op de Europese cultuur.

Daarna volgt een hele reeks ‘grote’ Nederlanders:

De hoofdpersoon uit de Gudrunsage en het Nibelungenlied is Heer Siegfried (Sicco), een broer van graaf Dirk VI van Holland.

Het lied Naar Oostland willen wi riden werd rond 1140 al in de praktijk gebracht.

Een zekere St. Vicelius had van de aartsbisschop van Bremen een aantal gebieden in Duitsland gekregen en hij nodigt de boeren uit die gebieden te gaan bevolken. De boeren hebben daar wel oren naar, want in Nederland zijn er wel vrije boeren, maar geen vrije grond. In Oostland is de situatie omgekeerd. De namen van boeren en dijkenbouwers worden aan de duisternis van het verleden onttrokken: Helikin, Arnold, Hiko, Fordolt en Refink.

Over de rol van de Nederlanders tijdens de kruistochten wordt bericht, met als bewijs het gegeven dat de klokken van Damiate in Haarlem hangen.

Ook op het gebied van de kunst staan de Nederlanders hun mannetje. Claus Sluter uit Den Briel wordt vanwege zijn beeldhouwwerk in Dijon hier opgevoerd als de voorloper van Michel Angelo.

Van 1450-1600 kan men aan de Europese hoven de muziek horen van Dufay, Isaac, Willaert, De Lassus en Van Arkadelt.

Adrianus VI, de eerste en enige Nederlandse paus.
Jan Pieter Sweelinck wordt voorgesteld als de voorloper van Bach.

De daden van Leeghwater en Cornelis Jansz. Meyer, verantwoordelijk voor de drooglegging van respectievelijk de Beemster, Purmer, Schermer en de Pontijnse moerassen worden toegelicht.

Michiel Adriaanszoon de Ruyter is hier de bevrijder van zesentwintig Hongaarse protestantse leraren.

Gerard van Swieten is de grondlegger van de medische wetenschap in Oostenrijk.
Zijn zoon Gottfried van Swieten heeft de tekst van de ‘Jahreszeiten’ van Haydn geschreven.

 

Waarom al deze ‘grote’ Nederlanders opgevoerd worden, blijkt aan het eind van het luisterspel wanneer als antwoord wordt geformuleerd:

Heden, als in het verleden, staan Nederlanders klaar voor een Europeesche taak. (...) Nu in de ontwikkeling van de historie de tijd gekomen is voor het vormen van een waarlijk Europeesche beschaving, nu ligt een van de kiemen daarvoor in de Lage Landen, ...

 

Dit luisterspel bestaat uit twaalf fragmenten en wordt geleid door drie stemmen. Deze zeggen als het ware een lemma uit een encyclopedie, waardoor verschillende grote Nederlanders aan de luisteraars worden voorgesteld. De fragmenten zijn ultrakorte dramatische scènes met de betrokken grote Nederlander als hoofdpersonage. De verovering van Damiate en de bouwactiviteiten van Claus Slute worden ‘live’ door een radioreporter verslagen. Een derde toegepaste techniek is het akoestisch decor in de vorm van muziek, krijgsrumoer en geroezemoes.

 

 

Vermenigvuldiging of verspreiding van de hele of gedeeltelijke inhoud van deze pagina, is zonder voorafgaande schriftelijke toestemming niet toegestaan.
© A.P.A.M. van der Logt

 

Met dank aan Ad van der Logt.