Interviews: Geschreven media / Een interview met Johan te Slaa

Een interview met Johan te Slaa

Johan te Slaa schreef 20 jaar aan 'n hoorspel

 

1 augustus 1975

 

Achtendertig jaar heeft acteur Johan te Slaa het boek al; de randen van pagina's zijn vergeeld en de rug is al jaren geleden verdwenen. De bladzijden worden nu bij elkaar gehouden door witplastic plakband.

 

"Ik heb dit boek dan ook letterlijk stukgelezen," lacht Johan te Slaa, zijn dierbare bezit tonend. "Joseph Fouché door Stefan Zweig" staat in afgebladerde, goudkleurige letters op de voorkant. Het is het verhaal over een van de kleurrijkste en meest geslepen politici uit de Franse historie.

 

Te Slaa kreeg het boek in 1937 van een vriend, de Amsterdamse journalist Henke Eikenboom. Hij las het, dat wil zeggen, voor de helft en had er toen genoeg van.

 

Maar de figuur van Fouché was hem toch onwillekeurig gaan boeien en hij begon opnieuw te lezen. "Toen ik het uit had, dacht ik: dat is natuurlijk allemaal erg fraai, maar het klopt vast niet met de historie".

 

En Te Slaa begon zijn naspeuringen naar de publicaties over Fouché om te controleren of wat Zweig had geschreven juist was. Het is een studie van twintig lange jaren geworden en het hoorspel in twaalf delen dat de AVRO in oktober over Joseph Fouché gaat uitzenden is het eindresultaat van Te Slaa's speurwerk. "Omdat," zegt hij met vinger op het boek roffelend, "alles klopt wat hierin staat."

 

Hij vertelt dan, waarom hij zo aan het muf ruikende boek is gehecht. "Ik heb de oorlogsjaren in Spaarndam doorgebracht. Als actief lid van het verzet. Balen shag heb ik op de zwarte markt weggehaald. Die ruilde ik dan weer bij de boeren voor groenten en vlees en op vissersschepen voor zout, waar je weer olie en kolen op kon bemachtigen. Ik moest een tijdje onderduiken en toen heb ik een aantal bezittingen waaronder het boek, bij m'n zuster in Wageningen gebracht. Er waren ook nog wat gedichten van mij bij.

 

Toen ik mijn zuster maanden later weer terugzag, was haar huis in Wageningen verdwenen. Platgebombardeerd. Ze had alleen nog wat koppen en schotels uit de puinhopen kunnen halen en… dit boek. Terwijl er ook nog, na dat bombardement, een verschrikkelijke brand had gewoed!

 

Ze kreeg een nieuw huis. In Arnhem. Maar ook daar moest ze weg toen de slag om Arnhem begon. Kruipend over straat is ze toen gevlucht. M'n moeder was bij haar, die heeft zich, ook kruipend, kunnen redden. En toen was ze toch al zeventig. Aan hun enkels hadden ze allebei een koffer gebonden, waarin haastig wat bezittingen waren gestopt. Toen ik hen later trof in Bennekom, zei m'n zuster: Ik heb nog wat voor je." En ze gaf me het boek. Nou als dat geen wonder mag heten?

 

Te Slaa las het verhaal over Fouché voor de zoveelste keer. En besloot er een toneelstuk van te maken, maar toen hij het had bewerkt bleek, dat er drie avonden nodig zouden zijn voor de uitvoering.

 

"Dan maar voor de televisie, dacht ik en legde het plan aan Willy van Hemert voor. Die was dolenthousiast. Tot we gingen becijferen wat het zou gaan kosten en we op zo'n een drieënhalf miljoen gulden (€ 1.588.231,38) kwamen. Dat ging dus ook niet door. Nou, dan maar een hoorspel hè. En dat is het het nu geworden."

 

Op de vraag of het nog zin heeft vandaag de dag een hoorspel te maken, lacht Te Slaa even en vertelt het volgende verhaal.

 

"Ik zag op het station van Hilversum 'n keer een blinde jongen lopen. Hij moest een trap af, net als ik. Ik heb op hem gewacht en gevraagd: "Help ik je als ik met je naar beneden wandel?" Hij stopte abrupt. Zie niets, maar draaide zich heel langzaam in mijn richting. Een paar seconden bleef hij zo staan en vroeg toen zacht: "Meneer Te Slaa?"

 

Ik had die jongen nog nooit eerder ontmoet en ik stond verstijfd. Hij had me herkend aan m'n stem, die hij geregeld in hoorspelen had gehoord. Is dat voldoende antwoord op de vraag of hoorspelen maken nog zin heeft? Het zijn juist de zieken en blinde mensen, die op de radio zijn aangewezen. En vooral hoorspelen zijn bij hen populair."

 

Zoals gezegd, in oktober begint Te Slaa's verhaal over Fouché. Twaalf afleveringen van veertig minuten elk. Twaalf delen slechts, die twintig jaar inspanning hebben gekost. Logisch dat Johan te Slaa zijn hoorspel dan ook "mijn levenswerk" noemt.

 

Een fragment uit: Joseph Fouché.

 


Bron: Story.
1 augustus 1975.