Interviews: Geschreven media / Een interview met Dick Walda

Een interview met Dick Walda

VARA-gids 8 augustus 1981

Dick Walda (41) is een van Neerlands productiefste schrijvers. Vanavond herhaalt de VARA zijn televisiespel De brandnetelkoning. Over een onderwerp dat nog onverminderd actueel is. Frits Lambrechts speelt daarin een schoonmaker. Een vrije jongen die zich alleen om geld bekommerd en het daarom weinig kan schelen dat hij een gevaarlijke schoonmaakklus doet. Met ernstige gevolgen voor zijn gezondheid.

 

Dick Walda: "in werkelijkheid was de situatie nog erger. Het spel is gebaseerd op Philips Duphar in Amsterdam-Noord waar ze met dioxine in aanraking kwamen, het ontbladeringsmiddel voor Vietnam. Laatst heb ik nog een met een weduwe van één van die schoonmakers gesproken. Die was er van overtuigd, dat haar man door dat smerige spul was overleden. En die mensen zijn werkelijk met een grijpstuiver afgekocht."

 

De VARA-gids praat met Dick Walda in zijn beneden woning in Amsterdam-West. Voordat we aanbellen is buiten op straat het geluid van een driftige schrijfmachine te horen. Dick Walda schrijft veel. Hoorspelen, kijkspelen, verhalenbundels en toneelstukken.

 

Het is begonnen met een verhalenbundel. VARA's Ad Löbler las dat bundeltje en belde meteen Walda om hem te interesseren voor het schrijven van een hoorspel. Dat werd het begin van een hechte samenwerking. Walda: "Ik hou nog steeds het meest van werken voor de radio. Daar blijft nog iets bij te fantaseren over."

 

Zijn televisiedebuut maakte Dick Walda met een aantal afleveringen van Waaldrecht. De meest omvangrijke en door kijkers en critici zeer gewaardeerde productie was De wolvenman voor NOS en BRT, waarin Piet Hendriks een prachtige hoofdrol speelde.

 

Dick Walda is full-time schrijver. Dat betekent hard werken en lang vooruit kijken. Het komende seizoen heeft De Nieuwe Komedie een stuk van hem op het repertoire en in het najaar zendt de NOS twee kijkspelen van zijn hand uit. Inmiddels werkt de schrijver alweer verder naar het seizoen 1982-1983. Ideeën op papier zetten, korte beschrijving inleveren.

 

"Zo'n eigen productie blijft voor omroepen natuurlijk een risico. Daar heb je als freelance schrijver ook mee te maken. Een Engelse of Amerikaanse serie kunnen ze bekijken en dan al of niet kopen. Voor een eigen productie moeten ze meer betalen en vervolgens maar afwachten of het inderdaad zo goed wordt als ze hoopten?

 

Dick Walda verdiept zich uitgebreid in de achtergronden en eigenaardigheden van de mensen die hij een rol in een stuk toedenkt. Zo voerde hij urenlange gesprekken met duivenmelkers voordat hij de hoorspelserie Zondagskind schreef, waar een duivenmelker een belangrijke rol in speelt. Ervaring en kennis. die hij ook kon gebruiken bij de De Lemmings.

 

Ben je trouwens tevreden over de manier waarop zo'n serie als De Lemmings verfilmd is? "Tevreden? Dat kun je mij niet vragen. Kijk je bent voor zo'n stuk eerst heel lang aan het warmlopen. Je hebt als het ware zelf een film in je hoofd, dat duurt misschien wel een jaar. Dan is je tekst af en gaat er een andere ploeg mee aan de gang. Het is meegenomen, als die een beetje op dezelfde golflengte zitten, als die aanvoelen wat je wilt. Want als je het zou moeten uitleggen, wordt het natuurlijk niks, dan zit er iets fout.

 

En de film die er tenslotte uit komt, nou die is altijd anders dan je je had voorgesteld toen je er zelf mee bezig was. Dat is het enige eerlijke antwoord dat ik kan geven: het is altijd anders. Maar zo'n Piet Römer als duivenmelker, dat is natuurlijk prachtig. Dat ontroert mij. En ontroering, dat vind ik toch wel het hoogste goed, dat kom je niet zoveel tegen in het Nederlandse drama."

 

Je vindt het niet moeilijk zo'n tekst in te leveren en maar af te wachten wat er uitkomt? "Daar heb ik een gouden truc voor: met een nieuw stuk beginnen."

 

Dick Walda is vlak voor de oorlog geboren in Amsterdam-Oost. Hij was handelsreiziger in behang, kelner en typograaf. Hij is de autodidact onder zijn meestal gestudeerde collega schrijvers. Amsterdammer in hart en nieren. "De dingen die ik hier in de stad zie, nu en vroeger, die staan in m'n geheugen. Soms noteer ik plaatsen en vaak komt het dan terug in een televisiespel.

 

Zo'n suikerfabriek, dat is een gebouw dat me altijd fascineerde, als ik er vroeger langs fietste op weg naar Zandvoort. En dan hoop je maar dat een regisseur dat ook ziet zitten, want die beslist tenslotte over de locaties."

 

"Ik probeer altijd zo dicht mogelijk bij huis te blijven. Het moet zo herkenbaar mogelijk zijn. Op de televisie wordt het in snel tempo harder en agressiever. En tegenover de buitenlandse series moet je, vind ik, herkenbare situaties hebben. Die de mensen ook kunnen ontroeren. Want de mensen hebben behoefte aan emotie, en dat is goed te begrijpen in deze wereld."

 

Privé ("Ik probeer dat een beetje van mijn werk gescheiden te houden") heeft Dick Walda veel belangstelling voor Rusland en zijn bewoners. Vorig jaar publiceerde hij een bundel met oorlogsherinneringen van Russische partizanen. "Die mensen hebben verschrikkelijk geleden onder de oorlog. Die hopen maar één ding - dat het ze nooit en nooit meer overkomt."

 

Dezer dagen is hij begonnen met de voorbereiding van een spel over een afasie-patiënt (In z'n achteruit). "Ik ben daar op een bepaald moment zeer door geboeid geraakt. Een verschrikkelijke ziekte, die mensen zijn bij hun volle verstand, maar kunnen niet zeggen wat ze willen zeggen." Hij praat met patiënten in een afasie-centrum, leest erover.

 

"Het verhaal bedenk ik. Maar ik vind niets zo pijnlijk als wanneer je ergens over schrijft en je zit er net naast. Zodat de mensen die het in de eerste plaats aangaat met samengetrokken tenen zitten te kijken. Dat kan gewoon niet."