Index Plus / Geschiedenis van de Nederlandse radio

Geschiedenis van de Nederlandse radio 1919-1979


1919 - 1928 Iedere zuil zijn eigen omroep

De geschiedenis van de Nederlandse omroep begint in 1919. Dan gaat het eerste Nederlandse radioprogramma de ether in. Initiatiefnemer en presentator is omroeppionier ir. Hanso Schotanus à Steringa Idzerda, die de uitzending vanuit zijn woning in Den Haag verzorgt. Idzerda is eigenaar van de Nederlandse Radio Industrie, een fabrikant van radiotoestellen.

 

Vanaf 1923 begint ook de door de Nederlandsche Seintoestellen Fabriek (NSF) in Hilversum opgerichte 'Hilversumsche Draadlooze Omroep' (HDO) uit te zenden. Het is een zuiver commercieel opgezet bedrijf en zendt dan ook een 'algemeen programma' uit waar niemand zich aan kan storen. Al snel ontdekken ook groepen met een bepaalde levensovertuiging dat het nieuwe medium uiterst geschikt is om hun achterban te bereiken. De verzuiling, een typisch fenomeen in de Nederlandse maatschappij, krijgt zo ook gestalte in het omroepbestel.

 

De opkomst van de omroepen

In het najaar van 1924 beginnen de protestanten een eigen radio-omroep, de Nederlandsche Christelijke Radio Vereeniging. Het bestuur van de NCRV huurt één avond zendtijd per week bij de NSF om godsdienstige uitzendingen te verzorgen. De katholieken kunnen niet achter blijven en zij richten de Katholieke Radio Omroep op. De KRO huurt de dinsdagavond van de HDO. In november 1925 beginnen de uitzendingen.

 

Nog diezelfde maand volgen de socialisten met de Vereeniging Arbeiders Radio Amateurs, de VARA, die op zaterdagavond gaat uitzenden. De Centrale Commissie voor het Vrijzinnig Protestantisme richt in 1926 de VPRO op, de Vrijzinnig Protestantse Radio Omroep. De vrijzinnigen willen geen hele uitzendavond, maar alleen af en toe een religieus programma uitzenden.

 

De HDO probeert deze omroepen in één nationale omroep te verenigen. De poging mislukt doordat de groeperingen, op de VPRO na, teveel aan hun eigen stem hechten. De KRO en de NCRV laten zelfs een eigen radiozender bouwen in Huizen. De HDO gaat in 1928 over in de Algemeene Vereeniging Radio Omroep AVRO. Inmiddels is Philips begonnen met uitzendingen voor de 'overzeesche gebiedsdelen'. De Philips Omroep Holland Indië (PHOHI) zendt uit op de korte golf en is de voorloper van de huidige Wereldomroep.

 

1928 - 1947 Overheidsbemoeienis

In 1930 gaat de regering zich nadrukkelijk met de omroep bemoeien. De minister van Waterstaat, onder wie radio als verkeersmiddel valt, vaardigt het eerste Zendtijdenbesluit uit. De zendtijd wordt in vijven opgedeeld. NCRV en KRO houden hun aandeel in de Huizense zender. AVRO en VARA blijven in Hilversum en krijgen ieder evenveel zendtijd. De VPRO krijgt een vastgesteld aantal uren op de Hilversumse zender. Vanaf dat moment wordt er binnen Nederland per week al zo'n 40 tot 50 uur radio uitgezonden op de twee zenders.

 

Het Zendtijdenbesluit legt meer dingen vast. Zo mag er geen reclame gemaakt worden op de radio, om te voorkomen dat de uitzendingen afhankelijk worden van commerciële belangen.

 

Luistergeld bestaat nog niet - al zijn er dan al wel plannen in die richting - dus de omroepen zijn voor hun inkomsten helemaal afhankelijk van hun leden. Rond 1930 hebben de meeste omroepverenigingen al meer dan 100.000 leden, die lidmaatschapsgeld betalen en daarnaast vaak dubbeltjes en kwartjes deponeren in de collectebusjes van de omroepen. Van dat geld worden de radiostudio's gebouwd en kunnen de reportagewagens worden aangeschaft. Want zoals iedere omroep dan al zijn eigen radiogids heeft, zo moet ook iedere omroep zijn eigen radiostudio en zijn eigen reportagewagens hebben.

 

Nederlandse Radio Unie

Tijdens de Tweede Wereldoorlog gaan weer stemmen op voor één Nederlandse omroep. Toch geeft de minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen (die de omroep overneemt van de minister van Waterstaat) in 1947 de verantwoordelijkheid voor de uitzendingen aan de omroeporganisaties terug.

 

De regering stelt echter één voorwaarde: de omroepen moeten gaan samenwerken. Dit resulteert in hetzelfde jaar in de oprichting van de Nederlandse Radio Unie. De NRU beheert vanaf dat moment de facilitaire voorzieningen zoals de radiostudio's, de technische uitrusting en de reportagemiddelen, de platenverzamelingen.

 

Ook de omroeporkesten, het omroepkoor en de hoorspelkern worden onder het beheer van de NRU gebracht. De luisterbijdrage, door de Duitse bezetter ingevoerd, blijft gehandhaafd. Uit die gelden wordt vanaf dat moment de hele omroep bekostigd.

 

1947 - 1962 De glorietijd van de radio

Na de Tweede Wereldoorlog komt de radio tot grote bloei. In 1945 telt Nederland zo'n 300.000 toestellen, in 1949 is dat aantal al opgelopen tot 1.337.000. De omroepverenigingen richten zich minder sterk op de eigen doelgroep en meer op het grote publiek.

 

De programma's worden steeds korter en populairder: meer familieprogramma's en muziek, minder toespraken. 's Avonds zitten hele gezinnen rond het toestel geschaard om te luisteren naar de avonturen van detective Paul Vlaanderen, 'de Familie Doorsnee', 'Showboat', 'Negen Heit de Klok' of muziek van het dansorkest The Ramblers.

 

De omroepen groeien dan ook snel. Schommelt het aantal leden van de meeste omroepen in 1947 nog rond de honderdduizend, in 1960 hebben de grote omroepen al tussen de vier- en vijfhonderdduizend leden. Maar dan heeft de televisie al lang haar intrede gedaan. Een nieuw medium dat nog veel populairder zal worden en de positie van de radio geheel zal veranderen.

 

1962 - 1964 Concurrentie vanuit zee

In 1960 begint het radioschip Veronica voor de kust van Scheveningen uit te zenden. Het schip ligt buiten de territoriale wateren en valt dus buiten de Nederlandse wet. Het station kan ongestoord uitzenden en zelfs reclameboodschappen brengen.

 

Al snel is Veronica ongekend populair. De uitzendingen worden steeds meer op Amerikaanse leest geschoeid. Er komt een horizontale programmering; iedere dag op hetzelfde uur hetzelfde programma. De 'piraat' introduceert het Amerikaanse fenomeen van de hitparade. De presentator wordt disc jockey, de muziek gaat popmuziek heten.

 

In 1965 bedraagt de luisterdichtheid van de zeezender Veronica 8,8 procent, tegen 12,4 procent voor de beide Hilversumse zenders. Omroepverenigingen en regering willen deze aanval pareren. In 1965 gaat daarom Hilversum 3 de lucht in, een zender die, in tegenstelling tot de twee andere Hilversumse zenders, geen volledig programma meer brengt, maar uitsluitend lichte (pop)muziek.

 

1964 - 1969 Overgangsbestel

Eind 1965 treedt een overgangsbestel in werking. De omroepverenigingen worden allemaal A-omroep, alleen de VPRO wordt C-omroep. De status bepaalt de hoeveelheid zendtijd: meer leden betekent meer zendtijd en meer geld om programma's te maken. Het overgangsbestel maakt het mogelijk dat nieuwe organisaties tot het bestel toetreden.

 

Oprichting NOS

Op 1 januari 1967 ontstaat ook de Nederlandse Omroep Stichting. De NOS is een samenvoeging van de NRU en de NTS, maar ze is méér dan simpelweg een optelling van de taken van die twee oude organisaties samen. De NOS krijgt namelijk ook zelf zendtijd en een eigen apparaat om zelfstandig programma's te maken.

 

De NOS maakt programma's die zich bij uitstek lenen voor een gezamenlijke aanpak en programma's waarin stromingen aan bod komen die geen zendtijd hebben.

 

1969 - 1987 Het open bestel en zenderkleuring radio

De TROS is de eerste nieuweling in het open bestel. De Televisie Radio Omroep Stichting begint in het najaar van 1966 haar uitzendingen als aspirant-omroep. Een jaar later krijgt zij de status van C-omroep, de TROS heeft dan dus al 150.000 leden. Nog eens zeven jaar later heeft de TROS 450.000 leden en wordt A-omroep.

 

Hilversum 1 en 2 trekken ondertussen steeds minder luisteraars. In 1978 is de luisterdichtheid van Hilversum 3 19,2 procent, terwijl Hilversum 1 en 2 samen nog maar 5,1 procent halen. Op de oude zenders wordt nog steeds een volledig programma gebracht. Kinderuurtjes, hoorspelen, spraakmakende jazzprogramma's, godsdienstige uitzendingen en actuele informatieve programma's wisselen elkaar af.

 

Hilversum 3 heeft één duidelijk programma: popmuziek. Zoals ook de vierde radiozender, die in december 1975 begint: klassieke muziek. Een duidelijkheid die kennelijk gewaardeerd wordt door de luisteraars.

 

Daarom wordt in 1979 de zenderkleuring ingevoerd. Eind 1985 doen de zenders afstand van de historische naam 'Hilversum' en worden ze omgedoopt in Radio 1, 2, 3, 4 en 5.

 

 

 

Bron deels: Nederlandse Publieke Omroep.