Home / De laatste trein

De laatste trein

Een denkbeeldig dorp moet worden ontruimd. Men is weer eens de vijand van een vijand. Joost mag weten waarom. Alles trekt naar het veraf gelegen stationnetje. Gebukt onder de erfenis van een heel leven en de onnodige dingen waarvan men maar geen afstand kan doen. Men tracht nog de schijn op te houden van beschaving, eer en fatsoen, maar het naderend oorlogsgeweld rukt de huichelachtige maskers één voor één af.

Wat op het perron achterblijft is een handjevol armzalige mensen. Ieder van hen op een eigen eiland van angst. Is er nog hoop op de komst van een laatste trein? Orfa is een oude vroedvrouw. In haar gedachten zijn de doden haar even vertrouwd als de levenden. Men fluistert, dat zij met de doden kan praten en kinderen schelden haar uit voor toverheks. Zij kent de dorpelingen door en door. Meer dan hun lief is. Niemand wil in deze hachelijke situatie iets met haar te maken hebben.

Vooral niet, nu Judith zich bij haar heeft gevoegd, de kroegmeid. Ook zij weet te veel. De getrouwde vrouwen kunnen haar bloed wel drinken. Maar er zijn hier geen luiken meer, waarachter alles verborgen kan blijven. Angst en verwijten komen los.

Rolverdeling.

De levenden  
Els Buitendijk Merel Jabes, het kind
Clara Vischer Orfa Poswick
Tonny Foletta Slager Ezau
Tine Medema Sela, zijn vrouw
Joke Hagelen Mirre, hun dochter
Wam Heskes Nathan Silberstein, notaris
Dogi Rugani Elisabeth, zijn vrouw
Jo Vischer sr. Boer Tobias
Miep van den Berg Hanna, zijn vrouw
Jeanne Verstraete Judith, de meid
Wiesje Bouwmeester Eufrosine Jabes, tante van Merel
Louis de Bree stationschef
De doden  
Mien van Kerckhoven-Kling Maria, moeder van Orfa
Dick Scheffer Zadok
Ingrid van Benthem Sefira, moeder van Mere
Dick van 't Sant David, zoon van Elisabeth
Elly den Haring kleine Tobias, zoon van Hanna

Aanvullende gegevens.

Auteur: Jan Staal
Regie: Léon Povel
Omroep: KRO
Uitzending: 16 april 1961
Speelduur: 55 minuten
Categorie: Oorlog