Home / De reis naar Samaria

De reis naar Samaria

Naäman was legeroverste in Syrië en werd zeer gewaardeerd omdat hij de Syriërs naar de overwinning had geleid. Die man was te benijden, althans dat leek zo. Maar hij liep met de dood in de schoenen, want hij was melaats. Hij zal van alles geprobeerd en overal geïnformeerd hebben, maar wie kon melaatsheid genezen? Niemand.


Hij was dus niet te benijden, maar te beklagen. Zijn vrouw had een hulpje in huis, een meisje dat uit Israël geroofd was en daar slavin was. Zij zei tot haar meesteres: Och, was mijn heer maar bij de profeet in Samaria, dan zou deze hem wel van zijn melaatsheid verlossen.


Naäman zou normaal niet aan de woorden van zo'n slavinnetje aandacht geschonken hebben. Maar als je doodziek bent en nergens hulp te vinden is, is elk woord dat verwachting wekt, van belang. Hij nam de woorden van dat meisje dan ook serieus en vertelde aan de koning wat ze had gezegd. Die gaf hem een brief voor de koning van Israël en zond hem naar Israël toe. Naäman ging met groot gevolg op stap en nam kostbare schatten mee. Gezondheid mag heel wat kosten, nietwaar.



Rolverdeling.

Johan Schmitz Naäman, overste van de koning van Naman
Tine Medema Haggith, zijn vrouw
Paul Deen Abisai, zijn dienaar
Tonny Foletta Hanan, voorloper van de karavaan van Naäman
Nora Boerman Maäka, dienares van Haggith
Constant van Kerckhoven Antigonus, een geneesheer in Damascus
Rob Geraerds Jehoram, koning van Israël
Paul van der Lek Doëg, vertrouweling van de koning
Hans Veerman Joab, dienaar van de koning
Louis de Bree Elizeus, profeet
Dick Scheffer Gechazi, dienaar van de profeet
Harry Bronk Abner, vroegere wapendrager


Aanvullende gegevens.

Auteur: Rolf Petersen
Regie: Léon Povel
Omroep: KRO
Uitzending: 14 april 1962
Speelduur: 54 minuten
Categorie: Religieus