Home / De toren

De toren

Drie ouden van dagen zitten op een bank, vlak bij het hoofdgebouw van het bejaardentehuis, waarin ze een onderkomen vonden. De bank is speciaal ontworpen voor hun oude zitvlakken en gekromde ruggen. Het zou er vredig en rustig zijn, ware het niet dat de stilte verstoord werd door verwijderd artillerievuur en gehuil van overvliegende straaljagers. Maar de bank ligt op behoorlijke afstand van de bedrijvige oorlogvoerende gemeenschap, waartoe de drie zeer oude mannetjes niet meer behoren.

 

Zij zitten daar maar, luisteren meer naar het kwinkeleren van een opstijgende leeuwerik dan naar het geluid van de vliegtuigen, en herkauwen hun herinneringen. En kijken naar de toren van het hoofdgebouw, vlak voor hen. Een van hen heeft zelfs bij benadering de bakstenen van die toren geteld. Honderdtwintigduizend op een paar honderd min of meer. Ze hebben het goed in dat bejaardenhuis. Ze worden vertroeteld, op de pot gezet en in bed gestopt met een warmwaterkruik.

 

Alleen Griffith, een onder hen, kan zich bij dit lijdzaam wachten op het einde niet neerleggen. Hij wil weg uit dit gebouw met die uitdagende toren: "Ik wacht hier tot ze aan het eten zijn. Dan haal ik mijn tas uit de struiken. En ik ga er vandoor. Als de opstandeling, die ik altijd geweest ben, met de strijdkreet op de lippen. Op het ogenblik weet ik nog niet in welke richting ik zal gaan. Als ik aan de grens van dit terrein kom, moet ik de windstreken terug zien zien te vinden. Ik ben geen lafaard, ik ga in de richting van het lawaai, niet ervan weg. Zo'n soort rebel ben ik".

 

 

Rolverdeling.

Ward De Ravet
Alex Wilequet
Ugo Prinsen

 

 

Aanvullende gegevens.

Auteur: James Broom Lynne
Vertaling: Nora Pittoors
Regisseur: Paul Cammermans
Omroep: BRT
Uitzending: 28 november 1982
Speelduur: 29 minuten
Categorie: Ouderen