Home / Een Amsterdammer

Een Amsterdammer

Een documentair hoorspel over het leven van de Amsterdamse dichter en vrijbuiter Gerbrand Adriaensz. Bredero.

 

Gerbrand Adriaenszoon Bredero was het derde kind van Adriaen Cornelisz. Bredero en Marry Gerbrandsdr. Hij is geboren op 16 maart 1585 in Amsterdam. Het gezin bestond uit 12 kinderen, van wie de meeste jong gestorven zijn.

 

De naam Bredero is afkomstig van een uithangbord of gevelsteen met de beeltenis van de geuzenjonker Hendrik van Brederode (1531-1568), die in calvinistische kringen vereerd werd om zijn optreden bij het Verbond der Edelen en bij de aanbieding van het zogenaamde smeekschrift. De vader van Bredero was schoenmaker in de betere kringen (geen schoenlapper, die behoorden zelfs tot een ander gilde). Hij was tevens kapitein bij de schutterij. Later werd hij belastingpachter en kon hij zich een kleine kunstverzameling veroorloven.

 

Het huis waarin Bredero geboren werd, stond aan de Nes, die destijds de Gansoort genoemd werd. Naast deze woning stond een vleeshal, waarboven de rederijkerskamer d'Eglantier gevestigd was. In december 1586 kocht Bredero's vader deze woning, die hij sinds mei 1584 gehuurd had. In 1602 verhuisde het gezin naar een pand aan de Oudezijds Voorburgwal, bij de Varkenssluis. Daar heeft de dichter zijn verdere leven gewoond. Bredero was een ras-Amsterdammer, bewust burger en kunstenaar. Dat alles in een tijd dat Amsterdam als handelsstad snel in welstand, macht en omvang groeide. Amsterdam had deze rol overgenomen van Antwerpen, nadat geleerde en welgestelde burgers Antwerpen in groten getale om religieuze redenen hadden verlaten om zich in Amsterdam te vestigen.

 

Bredero kreeg behoorlijk onderwijs. Zo leerde hij Frans en sprak hij waarschijnlijk Engels en Latijn. Daarna ging hij in de leer bij de Antwerpse kunstschilder François Badens, die in Amsterdam woonde, maar helaas zijn er geen gesigneerde schilderijen van Bredero bekend. Het beroep van kunstschilder werd destijds maatschappelijk erkend, in tegenstelling tot dat van dichter. Er wordt aangenomen dat hij rond zijn twintigste jaar omging met leden van d'Eglantier, vooral met de leden van de Brabantse kamer. Daarnaast ging hij om met andere dichters en schilders in Amsterdam en de directe omgeving daarvan. Vanaf ongeveer 1611 had hij zich een belangrijke positie verworven als toneelschrijver.

 

In 1616 maakte hij kennis met Hugo de Groot, aan wie hij de druk van Rodd'rick ende Alphonsus opdroeg. Hij was daarnaast bevriend met P.C. Hooft. Ook volgde hij Samuel Coster, die in 1617 na onenigheid bij d'Eglantier de Nederduytsche Academie oprichtte.

 

Bredero is nooit getrouwd, al blijkt uit zijn romantische gedichten wel, dat vele vrouwen een rol in zijn leven hebben gespeeld. De dichteres Maria Tesselschade Visscher was een van hen, en in de winter van 1617-1618 de 19-jarige Magdalena Stockmans. De laatste trouwde in juni 1618 met de twintig jaar oudere Antwerpse koopman Isaac van der Voort en ging met hem naar Napels, waar hij woonde. Voor haar schreef Bredero het gedicht Oogen vol maiesteit, dat hij haar nastuurde.

 

Eind december 1617 zakte Bredero, die per slee terugkeerde van een begrafenis in Haarlem, door het ijs. Mocht hij hierdoor al ziek zijn geworden, dan is hij daarvan snel hersteld, want 1618 was voor hem een behoorlijk productief jaar.

 

Hij overleed getuige de doodsberichten vrij plotseling, op 23 augustus 1618 in Amsterdam, juist toen Holland in politiek opzicht uiterst kritieke dagen beleefde: op 29 augustus vonden de arrestaties van Johan van Oldenbarnevelt en Hugo de Groot plaats. Volgens een aantekening van Bredero sr. is de dichter begraven 'In der Heyliger Stede' (Kalverstraat). Het enige portret dat van de dichter bekend is, is een gravure die in verschillende uitgaven van zijn werk is afgebeeld, maar ook die is pas na zijn dood gemaakt.

 

 

Rolverdeling.

Jules Croiset verteller
Huib Rooymans Gerbrand
Willy Brill moeder Margje
Hans Veerman vader Ardriaan
Hans Karsenbarg Stefan van Vredestein
Paula Majoor Annemarie van Bredevoort
Hans Hoekman Schoppen eenoog
Ine Veen Nora Feitsma
Angélique de Boer dienstbode van Nora
Olaf Wijnants Dirk Zeegerts
Maria Lindes Dieuwertje Jansdochter
Ine Veen een zigeunerin
Jules Croiset Jocob Pauw
Elsje Scherjon Margriet Keizer
Trudy Libosan Tesselschade Visscher
Teuntje de Klerk Alida Dirksdochter
Paul van der Lek dokter Samuel Koster

 

 

Aanvullende gegevens.

Auteur: A.M. de Jong
Bewerking: Josephine Soer
Regisseur: Marlies Cordia
Omroep: TROS
Uitzending: 15 december 1985
Speelduur: 77 minuten
Categorie: Docudrama, documentaire en klankbeeld

 

 

Informatie met betrekking tot de bron.

De dolle vaandrig, roman van Breêro’s leven, Strengholt, Amsterdam 1947.

 

 

 

 

Bron deels: Wikipedia.