Home / Hart der duisternis

Hart der duisternis

Een hoorspel in de reeks: Hoorspelbewerkingen naar de romans van Joseph Conrad.


“Hart der duisternis” wordt algemeen tot het beste werk gerekend dat Conrad geschreven heeft. Het verhaalt, aan de hand van de handelsagent Kurtz, over de dunne grens die er tussen beschaving en barbarij bestaat.


Terwijl de bemanning van een zeilschip in de Theems-monding op de kentering van het tij wacht, doet Marlow aan de anderen het relaas van zijn avonturen in Belgisch Kongo. Als jongen al was hij in de ban van de Kongo-rivier, die er op de kaart uitzag als een "reusachtige, uitgerolde slang, waarvan de kop in zee stak en waarvan het lange lichaam zich dwars door het hart van het continent kronkelde". Hij solliciteerde naar de post van kapitein op een rivierboot en hij werd prompt benoemd. De vorige kapitein was namelijk kort daarvoor, bij een ruzie over niks, door inboorlingen doodgestoken.


Marlow arriveerde in een gebied waar de blanke hebzucht welig tierde. Iedereen was in de Kongo op zoek naar ivoor; de meesten slaagden er echter alleen maar in een fatale ziekte op te lopen. Het duurde niet lang of Marlow kreeg de eerste verhalen te horen over de handelsagent Kurtz, die vanuit een verre post uit het binnenland grote hoeveelheden ivoor naar de kust stuurde. Marlow kreeg de opdracht met een gammele boot de rivier op te varen, om poolshoogte te gaan nemen bij deze handelspost, die al maandenlang van de buitenwereld was afgesneden. De tocht stroomopwaarts voltrok zich in een broeierige, onheilspellende sfeer. "Steeds dieper drongen wij in het hart der duisternis door", vertelt Marlow. "Wij konden ons verbeelden dat wij als eersten een erfenis in bezit kwamen nemen waar een vloek op rustte, zodat hij alleen ten koste van een bovenmatig zware inspanning en diepe zielsangst veroverd kon worden".


Te midden van grote groepen nerveuze zwarten, trof de hulpexpeditie tenslotte een doodzieke Kurtz aan. Pas toen werd duidelijk hoezeer de fameuze handelsagent zich door lage instincten had laten meeslepen. Ooit was deze man met een hoog moreel doel naar Afrika gekomen (hij had het licht der beschaving onder de primitieven willen verspreiden), maar in het isolement van het oerwoud was hij het spoor bijster geraakt.


Hij had 's nachts aan onbeschrijflijke riten deelgenomen; hij was de minnaar van een wilde junglekoningin; hij had talloze zwarten laten vermoorden en hun hoofden op de palissade rond zijn erf gespietst, en - misschien wel het ergst van alles - hij had zich door de zwarten als een god laten aanbidden.


Kurtz' beroemde laatste woorden zijn: 'De verschrikking! De verschrikking! (The horror! The horror!)


Marlows houding tegenover Kurtz en diens moreel verval is dubbelzinnig: hij verwerpt wel de excessen, maar hij heeft het ook over de "bekoring van de verschrikking". Met veel begrip en inlevingsvermogen vertelt hij over het wegglijden van Kurtz naar het barbarendom: "Wie weet waar iemand terechtkomt als zijn ongebonden voeten hem de eerste eeuwen van de tijd binnenvoeren? Waar hij de vuurproef van de eenzaamheid moet doorstaan, de totale eenzaamheid, zonder rechters en politie in de buurt? Zijn zenuwen moeten het hebben begeven".


Marlows trouw aan Kurtz komt tenslotte onverhuld tot uiting, als hij in Brussel diens verloofde een bezoek brengt. Zij blijkt niets van Kurtz' degeneratie te weten en bewaart slechts het beeld van ziln rechtschapenheid. Marlow doet geen poging dit beeld te ontluisteren.



Rolverdeling.

Bert Stegeman verteller
Frans Koppers Marlow
Jan Willem Sterneberg dokter
Hans Kuypers Zweed en bedrijfsleider
Serge Henry Falcke Verdonk en Sjefke
Frank Rigter Rus
Jan Wegter Kurtz
Ans Beentjes verloofde


Aanvullende gegevens.

Auteur: Joseph Conrad
Bewerking en vertaling: Gerrit Jan Zwier
Regie: Sylvia Liefrinck
Omroep: TROS
Uitzending: 13 november 1988
Speelduur: 58 minuten
Categorie: Historisch


Complete reeks in volgorde van uitzending.


Informatie met betrekking tot de bron.

Heart of Darkness, in: Blackwood's Magazine 1899.