Home / Het ding en ik

Het ding en ik

In dit hoorspel stelt de auteur de vraag: hoe zal een grootstad er anno 1985 uitzien? Het antwoord dat hij geeft is niet erg bemoedigend. De toestand is niet rooskleurig, het water is bezoedeld, de vissen sterven, de lucht is dermate verontreinigd dat de vogels doodvallen.

 

De mensen hebben zich bij de stand van zaken lijdzaam neergelegd. Zij vinden het gewoon dat zij hun opdrachten niet meer van mensen maar van computers ontvangen. Zelfs de gemeenteraad werd door een computer vervangen. Het maakt immers geen verschil of je door een mens of een ding gecommandeerd wordt. Het ding denkt vlugger dan enig menselijk brein dat zou kunnen. Het ding wordt verondersteld geen vergissingen te kunnen begaan. Als je klachten hebt kun je ze aan het ding dicteren: het registreert ze, het onderzoekt ze, en geeft antwoord.

 

Maar er zijn altijd dwarsliggers, die met de vooruitgang van de techniek geen vrede kunnen nemen. Zo'n man is mijnheer Peters, die op een goede dag constateert dat twee stad-werklieden het voortuintje van zijn villa aan het opgraven zijn. Zij kregen hiertoe opdracht van de computer en voeren die opdracht zonder gewetensbezwaren uit, al vinden ze 't wel jammer van de bloemetjes die mijnheer Peters ondanks de luchtverontreiniging in leven had kunnen houden.

 

Mijnheer Peters wil een klacht neerleggen bij de gemeenteraad en komt dus bij de computer terecht. En hiermee begint dan 's mans uitzichtloze strijd tegen de gemechaniseerde bureaucratie.

 

 

Rolverdeling.

Jos Simons Jos
Robert Van der Veken Juul
Gerard Vermeersch Jean
Marcel Hendrickx Eugine
Geert Lunskens de computer
Jeanine Schevernels de stem in de eeuwigheid

 

 

Aanvullende gegevens.

Auteur: Peter Fieldson
Vertaling: Clem Schouwenaars
Regisseur: Herman Niels
Omroep: BRT
Uitzending: 2 oktober 1973
Speelduur: 44 minuten
Categorie: Politiek

 

 

Informatie met betrekking tot de bron.

The Thing And I, 10 mei 1972 BBC Radio 4 - Midweek Theatre.