Home / Het zingen van een lied

Het zingen van een lied

Een pianist en een spreker die wil zingen. De pianist zet het voorspel in. De spreker kan de pianist niet zien en weifelt. Dan moduleert de pianist naar een ander voorspel. De spreker moet zich heroriënteren en weer verandert de muziek. “Ik wil zingen!” roept de spreker en hij benoemt allerlei onderwerpen voor het aanstaande lied.


De pianist heeft heel andere voorkeuren en in telkens wisselende voorspelen probeert hij deze op te dringen. Uiteindelijk houdt dit tweegevecht op omdat de spreker de muziek heeft weggedraaid. Een nederlaag, omdat het verlangen “Ik wil zingen” zonder begeleiding belachelijk is geworden.


De spreker verbloemt de nederlaag door te praten over mensen die hij wel kan zien. Het blijkt echter, dat hij voor een spiegel staat en zichzelf beschrijft. Trapsgewijs wordt de hoeveelheid spiegels vermeerderd totdat de spreker geheel door spiegels is ingesloten. De vermeerdering van de spiegels wordt gemarkeerd door liederen die de pianist zelf zingt. Deze liederen zijn een tegenpool van het individualistische gewriemel van de spreker: strijdliederen over de opbouw van een gemeenschappelijke toekomst.


Steeds moeilijker kan de spreker de zanger-pianist wegdraaien, onverstaanbaar maken, terwijl hijzelf in beeld en geluid eveneens misvormd wordt. Uiteindelijk zal hij de pianist als bevrijder uit zijn isolement te hulp roepen. Pas na zijn bevrijding zal hij kunnen zingen.



Rolverdeling.

Hans Veerman de spreker
Dirk Dekker de zanger-pianist


Aanvullende gegevens.

Auteur en regie: Jean-Pierre Plooij
Omroep: KRO
Uitzending: 19 september 1978
Speelduur: 50 minuten
Categorie: Absurdisme