Misdaadreconstructies / De zaak Julien Brackenier

De zaak Julien Brackenier

Voor het Assisenhof van Oost-Vlaanderen stond op 1 oktober 1930 ter verantwoording, de 27-jarige boerenzoon, Julien Brackenier onder verdenking van de moord door vergiftiging op zijn vader, oom en tante en poging tot moord door vergiftiging op zijn moeder en drie broers. Hij werd door de geneesheren ten volle verantwoordelijk verklaard.

Op zondag 8 december 1929 zat de familie Brackenier in de keuken voor het middagmaal. Het bestond uit soep, rundvlees, aardappelen, schorseneer en pudding. De moeder had het maal bereid en alleen de beklaagde was in de keuken bij de kachel blijven zitten. Op Julien na aten allen van de soep. Kort na het middageten begonnen allen te braken, met uitzondering van Julien, hoewel hij beweerde van wel, maar daarvan had hij geen enkele getuige. Terwijl dokter Kielemoes de familie verzorgde, drong hij er op aan dat men de politie zou waarschuwen.

Het onderzoek wees uit dat moeder Brackenier het maal bereidde. Terwijl de vrouw de varkens eten ging geven en helpen melken, bleef Julien alleen achter, de soep stond reeds op tafel. Na het eten werden allen ziek en Julien haastte zich de overgebleven soep weg te gieten. Op 28 december werd hij aangehouden. In een zak van zijn ondervest, dat hij droeg op de bewuste zondag 8 december, werd een zakje gevonden waarin nog een kleine hoeveelheid arsenicum zat. Julien was tot de vergiftiging van zijn familie overgegaan om meester van de hofstede te worden. Hij werd op 4 oktober 1930 veroordeeld tot de doodstraf.

Medewerkenden.

Tom van Beek verteller
Kees Broos  

Aanvullende gegevens.

Auteur en regie: Dick de Vree
Omroep: KRO
Uitzending: 9 februari 1984
Speelduur plusminus: 20 minuten
Aflevering: 228
Categorie: Misdaadreconstructies
Uitgezonden via de: middengolf