Misdaadreconstructies / De zaak Pierre Jaccoud

De zaak Pierre Jaccoud

Op maandag 18 januari 1960 begon in Genève het proces, waar Zwitserland twintig maanden naar had uitgekeken: Pierre Jaccoud, deken van Genève’s orde van advocaten, stond voor de twaalf gezworenen, verdacht van moord. Of liever gezegd, Pierre Jaccoud zat tegenover de jury, want de briljante advocaat, die de trots en de afgunst van de Geneefse balie was, was tijdens de eerste zitting een gebroken man, die bij het lopen voortgeholpen moest worden en voor wie men in de rechtszaal een aangepaste stoel had neergezet.

Gezeten in die stoel moest hij het monsterproces ondergaan. In de zelfde rechtszaal, waar hij eens zijn meesterlijke pleidooien hield. Een proces waar tweehonderd getuigen hielpen zoeken naar het antwoord op de vraag: vermoordde Pierre Jaccoud op 1 mei 1958 Charles Zumbach?

Op die avond van die dag hoorde mevrouw Zumbach, toen zij haar huis binnenkwam, revolverschoten en het hulpgeroep van haar man. Toen zij de deur openwierp zag zij een man met een pistool in de hand, dat op haar gericht was. Drie tellen later werd dat pistool ook op haar afgeschoten, een kogel trof haar in de schouder. Toen verdween de moordenaar op een fiets in het duister. Was die man Pierre Jaccoud?

Anderhalve maand later wreef Genève zich bij het openslaan van de ochtendbladen de ogen uit: Pierre Jaccoud, deken van de orde van advocaten, een van de meest prominente burgers van de stad van Calvijn, was gearresteerd onder verdenking van moord. Hij zou Charles Zumbach met een pistool hebben neergeschoten en vervolgens met een dolk hebben afgemaakt.

Achter die arrestatie ging een bittere, menselijke tragedie schuil. De advocaat had een briljante maatschappelijke carrière gemaakt. Maar de man Pierre Jaccoud werd bevangen door de angst dat hij te oud werd voor zijn maîtresse, Linda Baud, een employé van Radio-Genève, martelde hem dagelijks. Hij verdacht haar van ontrouw, maakte scènes waarin hij dreigde zichzelf van het leven te beroven. Zijn achterdocht was niet zonder grond. Linda Baud had een andere, een jongere vriend, die eveneens bij Radio-Genève werkte. Zijn naam: André Zumbach.

André was de zoon van Charles Zumbach, die op 1 mei 1958 vermoord werd. Vergiste Jaccoud zich in zijn slachtoffer? Wilde hij wraak nemen op zijn rivaal door diens vader te vermoorden? Jaccoud deinsde in zijn wanhoop voor weinig terug: hij had zijn medeminnaar al anonieme brieven gestuurd met obscene foto’s van Linda Baud, om Zumbach met haar te doen breken. Jaccoud geeft dat toe. Maar gedurende zijn voorarrest heeft hij ontkend dat hij Charles Zumbach heeft vermoord.

Jaccoud, die volheid onschuldig te zijn, werd veroordeeld tot zeven jaar gevangenisstraf, met aftrek van 19 maanden voorarrest.

Medewerkenden.

Tom van Beek verteller
Kees Broos  
Maria Lindes  

Aanvullende gegevens.

Auteur en regie: Dick de Vree
Omroep: KRO
Uitzending: 15 januari 1985
Speelduur plusminus: 20 minuten
Aflevering: 257
Categorie: Misdaadreconstructies
Uitgezonden via de: middengolf