Interviews / Een interview met Wim Fromberg

Een interview met Wim Fromberg

Algemeen Dagblad 17 januari 2015 Maaike Kraaijeveld

 

Hoorspelen zonder reclame

 

Hoorspelexpert Wim Fromberg is niet alleen attent op hinderlijke bromtonen, maar ook op reclame. “Als iemand in het hoorspel zegt, “zullen we een Bokma’tje nemen”, dan mogen we dat niet uitzenden anders krijgen we een boete van het Commissariaat voor de Media”, zegt hij achter z’n apparatuur thuis in Rijswijk.

 

Hij bewerkt er hoorspelen op grammofoonplaten en bandrecorderbanden om ze geschikt te maken voor uitzending bij Omroep Rijswijk. De jenevertjes van bovengenoemd merk geven een beeld van de tijd waarin de hoorspelen zijn gemaakt: ruim voor de Tweede Wereldoorlog tot het langzaam vervagen in de jaren zeventig, schetst Fromberg. Geen bezwaar voor de lokale omroep om de hoorspelen opnieuw de ether in te slingeren.

 

“In Rijswijk wonen veel ouderen, dat speelt mee in de beslissing hoorspelen uit te zenden” Uit de collectie van Fromberg kan voorlopig worden geput. “Ik heb 6.000 hoorspelen. Vaak van mensen die banden op zolder hebben liggen. Laatst heb ik een band met een hoorspel uit 1957 aangeboden gekregen van iemand die hem op zolder had liggen. Hij bleek de zoon van de auteur van het hoorspel.

 

Zijn 6.000 hoorspelen zijn minder dan de helft van alle spelen die er in Nederland gemaakt en uitgezonden zijn door omroepen als KRO, NCRV en VARA. “Ik zal ze nooit allemaal kunnen verzamelen, want veel hoorspelen zijn verloren gegaan. De banden waarop ze werden opgenomen waren heel duur en na gebruik schoongeveegd om nieuw materiaal op te nemen.”

 

De aan- en afkondigingen van de omroepster van dienst haalt Fromberg weg. “Maar als het Wilhelmus er nog aan vastzit, vroeger altijd gedraaid om middernacht, laat ik dat staan voor het tijdsbeeld.