Index regisseurs / Johan de Meester jr.

Johan de Meester jr.

Op 24 juni 1897 werd Johan de Meester jr. geboren.

 

De Meester jr. was een belangrijk acteur en regisseur, zowel in Nederland als in België. Hij was de zoon van de criticus Johan de Meester sr. en doorliep het Erasmiaans Gymnasium in Rotterdam.

 

Na een studie aan de Academie voor Beeldende Kunsten kwam hij als leerling-acteur en -decorateur bij het gezelschap van Willem Royaards. Hij bleef er 3 jaar, stapte na een jaar Koninklijke Vereeniging Het Nederlandsch Tooneel (K.V.H.N.T.) over naar Verkade en volgde in 1924 Dom de Gruyter op als leider van en regisseur bij het Vlaamsch Volkstooneel.

 

Hij voerde de regie van ruim dertig stukken uit het klassieke en moderne repertoire en kwam in 1929 op uitnodiging van Eduard Verkade weer terug naar Nederland. In de dertiger jaren leidde hij mede het Groot Nederlandsch Tooneel (1933/1934) en was in 1938 betrokken bij de oprichting van het Residentie Tooneel.

 

In de tussenliggende periode werkte hij als scenarioschrijver en decorateur voor Tobis Film en Korda Film, respectievelijk in Berlijn en Londen. Ook in Nederland hield hij zich bezig met film. Zo maakte hij in 1936 "Rubber" met Gerard Rutten en in 1938 "Veertig jaren" met Edmond T. Gréville.

 

Na de oorlog werkte hij als regisseur en acteur bij Comedia, van 1950 tot 1962 maakte hij deel uit van de leiding van de Nederlandse Comedie en van 1962 tot 1964 van de Nieuwe Komedie/Arena. In die tijd (1955) maakte hij ook een reis naar Afrika waar hij als acteur en regisseur betrokken was bij de produktie "Jan van Riebeek".

 

Hij was televisieregisseur in Nederland en België en zette zich ook jarenlang in voor het studententoneel. De Meester werd in 1968 onderscheiden met de August Defresne-prijs voor de regie van "Elckerlyc".

 

Johan de Meester jr. is op 18 maart 1986 overleden.

 

 

Beschreven hoorspelen onder regie van Johan de Meester jr.:

Phoenix herrijst te vaak, Een

 

Lanseloot van Denemerken

Lucelle

 

Mevrouw Dally heeft een minnaar

 

 

 

Bron deels: Theaterencyclopedie.