Home / Het Blaumilch-kanaal

Het Blaumilch-kanaal

De versie van de BRT.

Blaumilch, een ongevaarlijke geesteszieke, ontsnapt uit de inrichting, ontvreemdt een luchtdrukhamer en begint in de ochtendschemering het belangrijkste kruispunt van de hoofdstad open te scheuren.

Wie is verantwoordelijk voor de verkeerschaos? De politie? De regionale dienst voor openbare werken? Het stadsbestuur? Door tegenstrijdigheden in verband met de bevoegdheden kan Blaumilch zijn werk voltooien, waarvoor niemand de opdracht heeft gegeven.

De autoriteiten maken van de nood een deugd, maken van het in de gracht stromende water een toeristische attractie en bestempelen de stad Tel Aviv als "Venetië van het Nabije Oosten". En terwijl burgemeester en raadsleden het werk als hun verdienste roemen, begint Blaumilch aan het volgende kruispunt opnieuw met zijn werk.

Rolverdeling.

Bob van Schelle verteller
Arnold Willems de omroeper
Jeanine Schevernels de omroepster
Jef Burm de arts
Maurits Goossens de patiënt
Ugo Prinsen de marconist
Jos Simons de verkeersagent en de politieagent
Jacky Morel de autobestuurder
Walter Cornelis de districtsbeambte
Gerard Vermeersch de burgemeester
Marc Leemans de voorbijganger
Jo Crab de voorbijgangster
Hilde Sacré de secretsaresse
Ward De Ravet de hoofdcommissaris
François Bernard Dr. Kybishevsky
Leo Dewals Ziegler
Frans Van den Brande de voorzitter
Geert Lunskens de vertegenwoordiger van de Minister van Verkeer

Aanvullende gegevens.

Auteur: Ephraim Kishon
Vertaling: Karel Ruyssinck
Regie: Frans Roggen
Geluidsregie: Flor Stein
Omroep: BRT
Uitzending: 20-01-1973
Speelduur: 37 minuten
Categorie: Absurdisme
Alternatieve productie: De versie van de KRO.
Alternatieve productie: De versie van de TROS.

De bron van deze productie.

Der Blaumilch-Kanal, 22-04-1962 Radio Bremen.

Hoorspel.

Beluister het complete hoorspel en lees eventueel het script mee.

Het script is voor u uitgeschreven door Herman en Marc Van Cauwenberghe.

Verteller: Sinds de oprichting van de staat Israël behoort het tot onze dierbaarste gebruiken de straten van onze steden zowel in de lengte als in de breedte op te breken, àlle straten, in hun volle lengte en in hun volle breedte. Dat gebeurt onder voorwendsel dat iemand vergeten heeft iets onder het wegdek te verstoppen: een rioolleiding, een telefoonkabel, een waterleidingbuis of weet ik veel. Als dat achter de rug is, wordt de straat opnieuw opgebroken, omdat iemand vergeten heeft onder het wegdek na te kijken of hij daar niets vergeten heeft. Er bestaat al een stedenbouwkundige school die er voor opkomt de Israëlische straten van ritssluitingen te voorzien. Het zogeheten Blaumilch-principe steunt eigenlijk op... Maar we willen niet op de dingen vooruitlopen. De hierna volgende geschiedenis is geheel verzonnen, althans nu nog. Morgen misschien niet meer. Hallo, wat betekent dat lawaai daar buiten?

Omroeper: Goeden avond, dames.

Omroepster: Goeden avond, heren.

Omroeper: De rolbezetting van dit stuk kan bijna als een staalkaart van de hele mensheid gelden.

Omroepster: In de eerste plaats is er een arts.

Omroeper: En vanzelfsprekend de daarbij horende patiënten.

Omroepster: Een heer...

Omroeper: ...en een dame.

Omroepster: Een autobestuurder...

Omroeper: ...en nog een autobestuurder.

Omroepster: Kortom, alle beschikbare autobestuurders.

Omroeper: Tussenin een politieagent...

Omroepster: ...en z'n chef

Omroeper: Een telefoonbeambte, want zonder telefoon gaat het niet.

Omroepster: Een secretaresse.

Omroeper: Een directeur.

Omroepster: Een voorzitter.

Omroeper: Een burgemeester. Pardon, dé burgemeester.

Omroepster: En een gek, een gek in folio.

Omroeper: Representatieve hoogwaardigheidsbekleders,

Omroepster: Gedelegeerden,

Omroeper: Vertrouwensmannen,

Omroepster: Volk,

Omroeper: Bevolking,

Omroepster: Inwoners.

Omroeper: En niet te vergeten: de arme Ziegler.

Arts: Hierlangs, heren. Komt u maar mee. In deze cellen zijn onze zwaarste gevallen ondergebracht, de ongeneeslijke. De gespletenheid van hun persoonlijkheid is in een stadium van algehele degeneratie getreden en leidt bijwijlen tot oncontroleerbare aanvallen van woede. Als ik u verzoeken mag, komt u niet te dicht bij de patiënten. (opent de celdeur) Goeie morgen, majesteit.

Geïnterneerde: Goeie morgen, dokter.

Arts: Let u op zijn onrustige, brandende blik. Daarin alleen reeds uit zich de ver gevorderde schizofrenie en de daaruit voortvloeiende onbeheerstheid... Uwe majesteit ziet er vandaag stralend uit!

Geïnterneerde: Dank u. Wie zijn deze mensen?

Arts: Een deputatie, majesteit. Gezanten van de koning van Frankrijk.

Geïnterneerde: (lacht) Frankrijk? Frankrijk is al lang een republiek.

Arts: Inderdaad, majesteit, zonder enige twijfel. Zoals uwe majesteit beveelt.

Geïnterneerde: Stel u toch niet zo aan, dokter. Tot ziens!

Arts: Majesteit...(sluit de deur) Eerste gedragsregel, mijne heren: nooit in de fantasiewereld van de patiënten ingrijpen. Daarmee verstoort u immers het sublimeringsproces dat ze in een zeer wankel evenwicht houdt. Nemen wij bijvoorbeeld de patiënt in cel 103, aan het einde van de gang. Een prototypisch geval van de geestesziekte die algemeen bekend is onder de benaming “idée fixe”. De man in kwestie heet Kasimir Blaumilch en was vroeger straatwerker van zijn vak. Op het eerste gezicht ziet hij er robuust, gezond, vriendelijk, bijna normaal uit. Zijn volle rode baard verleent hem zelfs een bijzonder goedaardig voorkomen. Hij zou best voor een renaissanceheilige kunnen doorgaan. (gelach) Kom, kom, langs deze kant uit, heren. We gaan nu naar cel 103 toe. (lachje) Die Blaumilch! Ja, hij lijdt aan een zwaar trauma waar hij steeds opnieuw aan probeert te ontkomen, dikwijls met volkomen absurde, ja, zelfs bepaald fantastische middelen. (lacht) We hebben hem al herhaaldelijk erop betrapt hoe hij met zijn lepel een tunnel onder de celdeur wilde graven. (gelach) Ja, hier, kijk, de sporen van zijn jongste poging zijn hier nog heel duidelijk merkbaar. Hij heeft met een onvermoeibare vlijt de dorpel opgebroken en de eerste tegels verwijderd, ziet u? Eh... mag ik u vragen op enige afstand van hem te blijven? (opent de celdeur) Meneer Blaumilch? Meneer Blaumilch? Waar bent u toch? Blaumilch? In 's hemelsnaam, Blaumilch is ontsnapt! (consternatie) Blaumilch! Blaumilch is ontvlucht! Alarm!

Marconist: Attentie, attentie, hoofdkwartier van politie, hoofdkwartier van politie. Attentie. Bericht aan alle radiowagens op het hele grondgebied van Tel Aviv. Vorige nacht werd in een gereedschapsdepot in Givatachiem ingebroken. De dader ontvreemdde een compressor en een pneumatische drilboor zoals er bij straatwerken gebruikt worden. Naar het zeggen van de nachtwaker werd een man met volle rode baard in de omgeving opgemerkt. Ik herhaal: bericht aan alle radiowagens. Nachtelijke inbraak in een gereedschapsdepot in Givatachiem. Werden gestolen: een compressor en een pneumatische drilboor zoals er bij straatwerken...

Agent: Achteruit alstublieft, hier is geen doorrit. Hoe dikwijls moet ik u dat nog zeggen, meneer?

Autobestuurder: Wat is er aan de hand?

Agent: Het kruispunt Rothschildboulevard-Allenbystraat wordt gerepareerd. Achteruit, meneer. Die zijstraat in, alstublieft.

Autobestuurder: Bent u krankzinnig geworden? Het voornaamste verkeersknooppunt van de hele stad tijdens de spitsuren afsluiten!

Agent: Praat niet zoveel, meneer, en sla hier af. Opschieten, opschieten.

Autobestuurder: Niet te geloven zoiets! Maar op die manier wordt het verkeerd in de hele stad volledig gestremd!

Agent: Meneer, als de stedelijke overheid een kruispunt laat opbreken, dan weet ze wat ze doet. Ik ben geen ingenieur, ik ben een verkeersagent. Achteruit, meneer, achteruit.

Autobestuurder: Maar waar naartoe achteruit? Ziet u dan niet dat de auto's al tot het einde van de boulevard in de rij staan? Zo'n verkeersopstopping heb ik van m'n hele leven nog niet meegemaakt! (iemand toetert) Koest, idioot!

Andere autobestuurder: Hou jezelf maar koest, idioot.

Agent: Achteruit, meneer. Achteruit!

(telefoon)

Districtsambtenaar: (neemt op) Met het hoofdkwartier van de politie van Tel Aviv.

Burgemeester: Wat hebt u daar in 's hemelswil aangericht? Hoe haalt u het in uw hoofd!

Districtsambtenaar: Met wie spreek ik?

Burgemeester: U spreekt met de burgemeester. Het is een schandaal! Honderden auto's zijn in de Allenbystraat blijven steken en u verroert geen vin. Waarom hebben we eigenlijk een verkeerspolitie?

Districtsambtenaar: Excuseert u mij, maar...

Burgemeester: Ik excuseer niks niemendal. Ik weet heel precies wat daarachter zit. Mij kan men niets wijsmaken. mij niet. De gemeenteraadsverkiezingen staan voor de deur en nu moet men het stadsbestuur natuurlijk zand voor de voeten gooien of knuppels in het hoenderhok strooien of weet ik allemaal.

Districtsambtenaar: Maar meneer de burgemeester!

Burgemeester: Hoe? Wat?

Districtsambtenaar: Dat... dat komt in orde.

Burgemeester: Dat spreekt vanzelf. Maar deze keer niet. Houd u dat voor gezegd!

Districtsambtenaar: Meneer de burgemeester, ik...

Burgemeester: Geen woord meer! Ik zal deze zaak niet zomaar blauw blauw laten. Als de verkeerspolitie niet in staat is het verkeer te regelen, dan kan ze mij... dan kan ze mij niet dwingen haar ook maar één seconde langer in functie te laten. Aftreden! Ontslag! Ontslag!

(getoeter)

Agent: Achteruit! Achteruit! Doorrit verboden!

Autobestuurder: Waar naartoe, achteruit?

Burgemeester: Hebt u mij begrepen?

Districtsambtenaar: Jawel, meneer de burgemeester, maar ik ben alleen maar de districtbeambte.

Burgemeester: Waarom begint u dan met mij te discussiëren? Wie is uw chef?

Districtsambtenaar: Hij heeft daarnet opgebeld dat hij in de Allenbystraat is blijven steken.

(geluid van drilboor)

Voorbijganger: Vervloekt lawaai! 't Is gewoon niet om uit te houden!

Voorbijgangster: Woont u hier?

Voorbijganger: Ja, precies hier, lieve dame, precies aan de overzijde, Allenbystraat 103. Maar ik raak niet over de straat, verdomd nog aan toe!

Voorbijgangster: Vloeken helpt hier niet.

Voorbijganger: Hier helpt helemaal niéts.

Voorbijgangster: Wat gebeurt hier eigenlijk?

Voorbijganger: Dat moet u mij niet vragen, ik heb er geen flauw idee van. Ik ben vanmorgen vroeg wakker geworden omdat de meubels in mijn kamer begonnen te dansen van het lawaai of van de luchtdruk, weet ik veel. Ik kijk door het raam en ik zie die roodbaard ginder met z'n drilboor het asfalt opbreken. Ondertussen heeft hij van het hele kruispunt een puinhoop gemaakt.

Voorbijgangster: Waarschijnlijk zijn er op het kruispunt herstellingswerken nodig.

Voorbijganger: Als het maar bij het kruispunt bleef, maar hij heeft de halve Allenbystraat al opgebroken! Als hij er niet gauw mee ophoudt, komt hij binnenkort aan de zee uit.

Voorbijgangster: Misschien was de riolering wel beschadigd.

Voorbijganger: Als er iets beschadigd is, dan zijn het de koppen van onze politikasters. Het is hier een kwestie van politiek, anders niets.

Voorbijgangster: Ah, nee!

Voorbijganger: Mogelijk heeft de burgemeester een geschil met de Minister van Verkeer en wil hij hem belachelijk maken. En wat is het resultaat? Ik kan mijn huis niet meer in.

Voorbijgangster: Al wat jullie mannen kunnen, is schelden.

Voorbijganger: Moet ik misschien rustig toekijken hoe het stadbestuur mij dakloos maakt?

Voorbijgangster: Ah, u overdrijft! Een beetje staatsburgerlijke verantwoordelijkheid zou u echt niet misstaan, meneer.

Voorbijganger: Dat ontbrak er nog maar aan. Weg met de burgemeester! Weg met de politie! Weg met de regering!

Voorbijgangster: U moest zich doodschamen!

Voorbijganger: Ik wil naar huis!!

Agent: Staat u hier niet zo te brullen, meneer.

Voorbijganger: Raak mij niet aan!

Voorbijgangster: Inspecteur, deze man ondermijnt de openbare moraal.

Agent: Doorlopen. Kom, doorlopen!

Voorbijganger en voorbijgangster: Waar naartoe?

(in het stadhuis - er wordt geklopt)

Secretaresse: Binnen.

Hoofdcommissaris: (komt binnen) Waar is de burgemeester?

Secretaresse: Goedemorgen.

Hoofdcommissaris: Ook goeiemorgen. Waar is de burgemeester?

Secretaresse: Wie mag ik aandienen?

Hoofdcommissaris: De hoofdcommissaris van politie van Tel Aviv.

Secretaresse: In verband waarmee, alsjeblief? Gaat u zitten.

Hoofdcommissaris: In verband met een publiek schandaal!

Secretaresse: Daarom hoeft u niet tegen mij te schreeuwen. Welk publiek schandaal bedoelt u?

Hoofdcommissaris: Dat durft u nog te vragen? Kunt u mij misschien zeggen wie de opdracht gegeven heeft de hoofdader van het verkeer in deze stad op te breken zonder vooraf de polititie daarover in te lichten?

Secretaresse: Ik ben niet bevoegd om inlichtingen te verstrekken. Gaat u zitten.

Hoofdcommissaris: (spotlachje)

Secretaresse: U moet een schriftelijk verzoek indienen.

Hoofdcommissaris: Wat!? Een schriftelijk...!? De hele stad staat op z'n kop en ik moet schrijven? Waar is de burgemeester?

Secretaresse: Hij is niet op zijn bureau.

Hoofdcommissaris: Mooi, nu weet ik tenminste waar ie niét is, maar waar is ie nu wel?

Secretaresse: Hij is naar het hoofdbureau van politie toegegaan om met u te praten. Gaat u zitten.

Hoofdcommissaris: (spotlachje)

Secretaresse: Hij was erg boos.

Hoofdcommissaris: De duivel hale hem!

Secretaresse: Schreeuw niet zo tegen mij. We hebben al maatregelen genomen. De viceburgemeester heeft bij het planbureau het dossier “Herstellingswerken in Allenbystraat” opgevraagd om persoonlijk toezicht te houden op de werken, maar er schijnt ergens iets niet in de haak te zijn.

Hoofdcommissaris: Dat weet ik! Ze konden het dossier niet vinden.

Secretaresse: Integendeel, we hebben er drié gevonden en nu weten we niet welk dossier het juiste is.

Hoofdcommissaris: (droef lachje)

Secretaresse: Het treft nu wel heel ongelukkig dat Dr. Kuibishevsky veertien dagen geleden naar Jeruzalem verplaatst werd.

Hoofdcommissaris: Ja...

Secretaresse: Hij was de directeur van de afdeling herstellingswerken in de straten met druk verkeer.

Hoofdcommissaris: Ja, maar dan moet toch iemand anders zich met de zaak bezig houden?

Secretaresse: Wis en zeker. We zullen proberen de drie dossiers zo spoedig mogelijk naar Jeruzalem te sturen. Kopieën werden gezonden naar het Ministerie van Arbeid, naar het Ministerie van Verkeer, naar de Vakvereniging van Bouwarbeiders, naar het Persbureau van het Ministerie van Binnenlandse Zaken.

Hoofdcommissaris: Verbindt u mij Jeruzalem. Ik wil zelf met uw Dr. Kuibishevsky spreken.

Secretaresse: Zoals u verkiest... (belt) In gesprek.

Hoofdcommissaris: Hoh! Verduiveld!

Secretaresse: Schreeuwt u niet, asjeblief. Gaat u zitten.

Hoofdcommissaris: Ah....

(telefoon)

Dr. Kuibishevsky: Hallo? Hallo? Dr. Kuibishevsky luistert... Met wie?... Met de hoofdcommissaris van politie van Tel Aviv?... Voor mijn part... Nee, meneer, ik heb geen privégesprek gevoerd... Ja, wat u doet, weet ik niet, maar ik gebruik m'n telefoon uitsluitend voor dienstgesprekken... Al goed, al goed. Tot uw dienst... O ja, de Allenbystraat, ik herinner het me. Ja, dat werk had al lang gedaan moeten worden... Jazeker... Ja, mag ik u toch vragen... Daar ben ik verantwoordelijk voor, als u er niets op tegen hebt... Geen sprake van... Met alle respect voor de politie van Tel Aviv, maar daar hebt u niets mee te maken. Wij hebben gelukkig onze eigen experts die in die aangelegenheid bevoegd zijn... Nee, meneer, ik ben niet van plan en ook niet in de gelegenheid u momenteel verdere inlichtingen te geven. Wat ik te zeggen heb, zeg ik in m'n maandverslag dat, met uw welnemen, aan de Minister van Verkeer en aan de militaire censor voorgelegd wordt. U, hooggeachte heer hoofdcommissaris van politie, u ben ik geen rekenschap verschuldigd. Het spijt me... Hoe zegt u? Wat zegt u? U moet dat hele straatverkeer in Tel Avi reorganiseren? Nou, dan heeft de politie eindelijk 'ns wat te doen. Dan weet ze tenminste waarvoor ze betaald wordt. Adieu. (legt neer) Ziegler? Ziegler!

Ziegler: (komt binnen) U hebt geroepen?

Kuibishevsky: Wat is er in Tel Aviv aan de hand, Ziegler? Als het waar is wat die stommeling me daar per telefoon gezegd heeft, dan staan wij voor een katastrofe! De Allenbystraat zou in de hele lengte opgebroken zijn. Wat moet dat, Ziegler, wat moet dat?

Ziegler: Ah, geen idee, meneer de directeur. Meer dan wat er in de kranten staat weet ik ook niet.

Kuibishevsky: Grote God, schrijven die er al over?

Ziegler: O, en of. Ze beklagen zich over de trage vordering van de herstellingswerken.

Kuibishevsky: Natuurlijk, kritiek uitoefenen, dat kunnen ze. En wat schrijven ze nog meer? Leest u 'ns voor, Ziegler.

Ziegler: Eh... “Alle weldenkende burgers van deze stad keuren de beslissing van het stadsbestuur goed om eindelijk een aanvang te maken met de noodzakelijke herstellingen aan de straten.”

Kuibishevsky: Mm, nou, dat klinkt toch lang niet kwaad?

Ziegler: Mm, ik ben nog niet klaar, meneer de directeur. “Maar,” zo gaat het verder, “met het oog op de verkeerchaos die door het afsluiten van de Allenbystraat ontstaan is, rijst de vraag of de maatregel die zulke ernstige gevolgen heeft, wel verantwoord is.”

Kuibishevsky: Dat moeten we meteen logentraffen, Ziegler. Zorgt u voor een communiqué, Ziegler. U weet wel hoe zoiets ineengedraaid wordt.

Ziegler: Mm. Ja.

Kuibishevsky: Moeilijkheden die we niet onder controle hebben, geen budget, overmacht...

Ziegler: Ja.

Kuibishevsky: De strengste winter sinds mensenheugenis. Mm, nog wat?

Ziegler: Wat, nog wat?

Kuibishevsky: Ja, wat schrijven ze nog?

Ziegler: Eh... o ja. Eh... “De zijstraten van de totaal aan het verkeer onttrokken Allenbystraat zijn versperd met auto's waarvoor elke uitweg afgesneden is. Daaronder bevinden zich talrijke autobussen en ambulancewagens. De bestuurders van de auto's die daar zijn blijven steken, hebben hun voertuigen sinds 36 uur niet meer verlaten en gaan heftig op de vuist met de politie.”

Kuibishevsky: Krapuul!

Ziegler: Ja, zoals u zegt. “Wij betwijfelen geenszins de noodzakelijkheid van het opbreken van die straat. Wij betwijfelen enkel of het wel een doeltreffende beslissing was deze voor onze stad zo noodwendige herstellingswerken toe te vertrouwen aan één enkele man die al het werk alleen moet doen.”

Kuibishevsky: Schandelijk! Een verregaande onbeschaamdheid. Niemand heeft mij voor te schrijven hoeveel arbeiders ik aan 't werk moet zetten. Bovendien, Ziegler, wie heeft de opdracht voor die herstellingswerken gegeven? Ik misschien?

Ziegler: Ja, dat kan ik me niet meer herinneren, meneer de directeur, misschien eh... misschien iemand in de centrale.

Kuibishevsky: Dan hadden ze me toch tenminste op de hoogte kunnen brengen! Ziegler, we sturen onverwijld een dringende brief naar het Ministerie van Verkeer en eisen toelichtingen. In zeer scherpe bewoordingen, hoort u?

Ziegler: Jawel, meneer.

Kuibishevsky: U kunt gerust een paar krachtige uitdrukkingen gebruiken. Ditmaal zullen de heren zich vergist hebben. Vooruit, Ziegler. Ja, waar wacht u nog op?

Ziegler: Wel, eh... ik... ik dacht, meneer de directeur, wellicht eh...

Kuibishevsky: Wat dacht u?

Ziegler: Ach, kom, het is te... te... te... 't is al te onzinnig!

Kuibishevsky: Spreek op, Ziegler.

Ziegler: Wel, ik... ik dacht dat er misschien eh... een mogelijkheid bestaat... Ja, hoe moet ik dat zeggen? Wel, dat mischien geen mens die opdracht gegeven heeft, maar eh... dat zo opeens iemand...

Kuibishevsky: Zo opeens? Iemand? Misschien wel een gek die het plotseling in z'n hoofd haalt de Allenbystraat op te breken. Grandioos. Werkelijk grandioos, Ziegler. Ik raad u aan zo gauw mogelijk uit uw droomwereld naar de nuchtere werkelijkheid terug te keren. Bent u zover?

Ziegler: Eh... jawel, meneer.

Kuibishevsky: Stuurt u dan asjeblieft meteen ons protest aan het Ministerie van Verkeer, kopieën aan de commissie voor ontwikkelingsprojecten, aan alle vakverenigingen en aan alle Zionistische organisaties in Amerika. Vertrouwelijk. Geheim. Strikt persoonlijk. Schiet op!

Ziegler: Zeker, meneer de directeur.

Kuibishevsky: En op dit uiterst belangrijk ogenblik zit ik in Jeruzalem in plaats van in m'n bureau in Tel Aviv, waar ik alle nodige bescheiden maar voor het grijpen heb. Ziegler, zeg aan m'n chauffeur dat ie direct naar Tel Aviv rijdt en dat ie de hele inboedel van m'n bureau naar Jeruzalem transporteert.

Man: (zuchtend van inspanning) O, wat een leven, op m'n ouwe dag over touwladders moeten kruipen. Straks donder ik nog nog naar beneden. (geluid van brekend glas) Au! Krak! Die moet ook nodig het raam open laten staan. Het spijt me vreselijk, mevrouw Birnbaum, maar ik kon er echt niets aan doen. Ik wou met de touwladder van de tweede verdieping naar beneden komen en ik ben met mijn voeten... Eh... O, goddank, er is niemand thuis. Waarschijnlijk ook al naar een andere buurt gevlucht. We zullen dan maar verder kruipen. Och, wat een leven. En wat ziet de Allenbystraat er uit als je ze zo van hier boven bekijkt! Een verwoesting van jewelste. Ze lijkt gewoon niet meer op een straat, ze heeft meer meer weg van een kanaal.

Vrouw: Au!

Man: O, ik vraag u wel excuus

Vrouw: Wat een idee om zomaar pardoes op mijn hoofd te trappen.

Man: Ik heb u toch mijn excuus gemaakt, mevrouw? Ik vraag u wel excuus. Kunt u mij horen?

Vrouw: Nee.

Man: Bent u doof?

Vrouw: Ik vrees het. De compressor heeft de godganse nacht doorgeraasd, vlak onder m'n raam.

Man: Ik zeg u dat die kerel niet normaal is. Hij werkt in drie ploegen.

Vrouw: Waarschijnlijk heeft ie het geld erg nodig. De arme drommel slaapt immers helemaal niet.

Man: Slaapt hij niet? IK slaap niet. Eergisteren ben ik naar 'm toegegaan en heb hem op m'n blote knieën gesmeekt er tenminste na middernacht mee op te houden. En weet u wat hij mij geantwoord heeft?

Vrouw: Wat?

Man: Mijn dokter denkt dat ik gek ben en hij is het die mij hier naartoe gestuurd heeft. Hebt u daar een verklaring voor?

Vrouw: Ja, het klinkt als een geheime code. Mogelijk is de man wel een hoofdfunctionaris of zoiets.

Man: Dat mag de duivel weten. Maar lang houd ik het niet meer uit. Bergen asfaltbrokken voor de huisdeur, gesprongen waterleidingen, stof... (jammert) Als ze dan toch per se de stad willen afbreken, laten ze het dan tenminste in stilte doen, in stilte, stilte, stilte!

Vrouw: Ah, staat u daar niet zo te schreeuwen, meneer, dat doet u geen goed. Bovendien, die arbeider doet alleen maar z'n plicht. Waarom reclameert u niet bij de overheidsdienst waar ie van afhangt?

Man: Heb ik al gedaan.

Vrouw: En?

Man: Ik kreeg tot antwoord dat het bureau zich enkel met daglawaai bezighoudt. Nachtlawaai is een politieaangelegenheid. Dus heb ik een klacht ingediend bij te politie te middernacht precies.

Vrouw: En?

Man: En ik kreeg tot antwoord dat het lawaai waarover ik het in mijn klacht had niets te maken heeft met bouwbedrijvigheid die onder de bevoegdheid van de politie valt. Slopingslawaai valt buiten haar bevoegdheid.

Vrouw: Ah, wet is wet.

Man: Zelfs naar het Ministerie van Volksgezondheid ben ik gelopen en ik heb een onderzoek geëist, omdat ik anders nog gek zou worden van het ononderbroken lawaai. En wat denkt u dat er gebeurd is?

Vrouw: Ze hebben geen onderzoek ingesteld.

Man: Dat hebben ze juist wél, en het resultaat was dat ik niét gek zou worden en dat ik nog van geluk mocht spreken dat ik niet ter verantwoording zou worden geroepen wegens misleiding van de openbare macht.

Vrouw: Kop omhoog, meneer. In de radio is omgeroepen dat op verzoek van het Ministerie van Verkeer door een commissie van het Ministerie van Openbare werken een comité van het Ministerie van Arbeid zal worden opgericht om te onderzoeken welk comité van...

Voorzitter: (klopt met zijn hamer) Mijne heren! Mijne heren, zo gaat het niet langer. Ik maan de leden van de commissie voor de laatste maal aan hun beledigende interrupties te staken! (klopt weer) De vertegenwoordiger van de stedelijke overheid heeft het woord voor de voorlezing van het verslag. Meneer de directeur Kuibishevsky, mag ik u verzoeken?

Kuibishevsky: Meneer de voorzitter, het Ministerie van Verkeer draagt de volle aansprakelijkheid voor...

Vertegenwoordiger van de Minister van Verkeer: Ik protesteer! Ik verzet mij tegen deze demagogische verdachtmaking!

Kuibishevsky: Dat moet ù juist doen!

Stem: Het is een schandaal, meneer.

Kuibishevsky: Maar mij zult u niet provoceren, in mijn bureau heerst een voorbeeldige orde.

Vertegenwoordiger van de Minister van Verkeer: Orde? Huh, mooie orde! Een compleet gekkenhuis!

Kuibishevsky: Meneer de voorzitter, moet ik...

Voorzitter: (hamert) Stilte! Stilte! Mijne heren, ik verzoek u nogmaals en dringend persoonlijke verdachtmakingen achterwege te laten. Dat geldt ook voor de vertegenwoordiger van het Ministerie van Verkeer.

Vertegenwoordiger van de Minister van Verkeer: Wanneer ik zeg het bureau van de heer directeur Kuibishevsky als een gekkenhuis bestempel, dan is dat geen persoonlijke verdachtmaking maar een zakelijke vaststelling.

Kuibishevsky: (lachje) Dat noemt hij een zakelijke vaststelling.

Vertegenwoordiger van de Minister van Verkeer: Ik heb 'm wel 'ns gaan opzoeken, ik weet dus waarover ik spreek.

Kuibishevsky: Nog één woord en...

Voorzitter: Stilte! (hamert) Stilte!! Of ik laat u allebei buiten de deur zetten. Stilte! Meneer de directeur Kuibishevsky, komt u alstublieft ter zake.

Kuibishevsky: Met genoegen. Op 3 maart 1970 heb ik tot het Ministerie van Verkeer onder nummer 397 N.A.1970.3 een dringend verzoek gericht waarin ik de onmiddellijke stopzetting eiste van de in de Allenbystraat aangevatte herstellingswerken, zo lang het Raadhuis zich niet verbonden had de ongehinderde regeling van het wegverkeer te garanderen. Kopieën van deze aanvraag werden op 4 mei 1971 gezonden naar de personeelskanselarij van de Minister-president en naar het opperrabbinaat. Als enig antwoord ontving ik op 12 juni 1971 een mededeling van het departement voor contraspionage bij de generale staf dat het volledige dossier doorgezonden was naar het Ministerie van Financiën.

Voorzitter: Vanwaar komt dat lawaai?

Hoofdcommissaris: Van het straatwerk aan het strand, meneer de voorzitter.

Voorzitter: Kan de politie er niet voor zorgen dat er tenminste een paar minuten lang stilte heerst, meneer de hoofdcommissaris?

Hoofdcommissaris: O, het spijt me, meneer de voorzitter, maar dat valt onder de bevoegdheidheid van het stadsbestuur.

Kuibishevsky: Niet akkoord! Zulke maatregelen kan alleen de politie uitvaardigen, maar bij ons zorgt de politie niet voor orde maar voor anarchie.

Hoofdcommissaris: U bent gek, meneer.

Kuibishevsky: U bent gek, meneer!

Hoofdcommissaris: Meneer de voorzitter, meneer de voorzitter!

Voorzitter: Mijne heren! Mag ik u nogmaals verzoeken? Als wij ons laten verleiden tot steriele en kinderachtige twisten zullen wij nooit die scheppende hoogte bereiken waarzonder geen vooruitgang op politiek vlak mogelijk is. In plaats van onvruchtbare en hooglopende discussies te houden en wachtend uit te zien naar de duif die met de ark van Noach in haar olijftak eh... (gelach) met... met de olijftak van de ark van Noach in haar bek... God, wat... wat wilde ik ook weer zeggen? O ja, o ja, ik... ik ben er... Doe alsjeblieft dat rààm dicht! (het wordt gesloten) Mag ik u vragen verder te gaan?

Kuibishevsky: Goed, meneer de voorzitter.

Ziegler: (komt binnen) Laat me door!

Stem: Nee nee.

Ziegler: Laat me door! Ik moet naar binnen.

Kuibishevsky: Wat is er nou weer aan...

Voorzitter: Wat is er aan de hand?

Ziegler: Meneer de voorzitter, ik heb ontdekt... Ik wil een verklaring afleggen. Laat mij d'r in!

Kuibishevsky: Ziegler? Wat komt u hier doen?

Ziegler: Neemt u me niet kwalijk, meneer de directeur Kuibishevsky, maar... ik kan iets... Ik heb op mijn eigen houtje nasporingen gedaan.

Voorzitter: Stilte! (hamert) Stilte!! Ja, laat die man binnenkomen. Ja? Spreek op alstublieft.

Ziegler: Ik dank u. Nou, wat daar gebeurd is, wat daar is voorgevallen, daar is maar één woord voor, meneer de voorzitter: dat is je reinste waanzin!

Hoofdcommissaris: Ja, dat heb ik toch altijd al gezegd?

Ziegler: De straatwerker Kasimir Blaumilch heeft geen enkele bevoegdheid om de door hem aangevatte straatwerken uit te voeren. Hij heeft van niemand de opdracht gekregen om de Allenbystraat op te breken, noch van de stedelijke overheid...

Kuibishevsky: Van de stedelijke overheid in ieder geval niét. Bij mij heerst orde. (rumoer)

Voorzitter: Stilte!

Ziegler: Blaumilch is niet vanwege het stadsbestuur gekomen. Hij... hij komt uit het gekkenhuis.

Vertegenwoordiger van de Minister van Verkeer: Hoort u dat, directeur Kuibishevsky? Uit het gekkenhuis!

Ziegler: Ja, ja, hij is ontsnapt, hij is uit het gekkenhuis ontsnapt.

Hoofdcommissaris: Een krankzinnige, maar niet de enige.

Kuibishevsky: Ik protesteer!

Voorzitter: Stilte! (hamert) Stilte!

Ziegler: Blaumilch is mentaal zwaar gestoord. Hij... hij... hij is gek.

Voorzitter: Geen persoonlijke beledigingen als ik vragen mag, anders moet ik u uit de zaal laten verwijderen.

Ziegler: Meneer de voorzitter, begrijpt u het dan niet wat er gebeurd is? Het lot van de hele stad Tel Aviv ligt in de handen van een krankzinnige!

Voorzitter: Nu is het genoeg! Alles heeft z'n grenzen. Zaalwachters, zet die man aan de deur.

Ziegler: Nee, laat mij los. Laat me los! Ik spreek de waarheid. Loslaten, zeg ik. Is er hier dan geen mens die me verstaat? (rumoer) Blaumilch is gek. Hij heeft de compressor gestolen!

Voorzitter: D'r uit!

Ziegler: En de drilboor ook. 't Is een krankzinnige, meneer de voorzitter. Een waanzinnige. Een gek!

Voorzitter: Mijne heren, ik moet tot m'n grote spijt constateren dat de neiging om iemand persoonlijk te beledigen en verdacht te maken bedenkelijk om zich heen grijpt. Niemand laat zich nog gelegen aan objectieve argumenten. Elke andersdenkende is gek, krankzinninig, waanzinnig, enzomeer. Wat een zedenverval, mijne heren. Meneer de directeur Kuibishevsky, spreekt u alsjeblieft verder.

Kuibishevsky: Dank u, meneer de voorzitter. Nadat ik van het Ministerie van Financiën de informatie ontvangen had dat er in het budget geen bedrag voor de kwestieuze straatwerken uitgetrokken was en dat derhalve de gehele aangelegenheid aan het hoofdcommissariaat van politie zou worden voorgelegd, eiste ik de oprichting van een adviserende commissie waarin zouden zetelen... (plots binnendringend lawaai van stromend water) Hè? ...waarin zouden zetelen: vertegenwoordigers van het Ministerie van Binnenlandse Zaken, van het Ministerie van Openbare Werken, van het Ministerie van Verkeer en van het Fonds voor Woestijnirrigatie. Alle genoemde lichamen weigerden hun medewerking en gaven er de voorkeur aan de Minister van Buitenlandse Zaken in vertrouwen te nemen die zich echter op het bewuste tijdstip in New York op een congres van de Verenigde Naties bevond. Met het oog daarop trachtte ik...

Voorzitter: Wat is er gaande? Wat is dat?

Stem: De zee!

Kuibishevsky: Het zeewater stroomt in de Allenbystraat!

Stemmen: De zee! De zee! De zee! Maar dat is onmogelijk!

Burgemeester: Excellenties, hooggeachte genodigden, dames en heren. Een echt feestelijke gelegenheid heeft ons hier en nu bij elkaar gebracht, namelijk de plechtige openstelling van het eerste kanaal dat de stad Tel Aviv met de zee verbindt. (applaus)

Ziegler: Zwendelaars! Zwendelaars!

Burgemeester: Ja, zwendelaars en fantasten heeft men ons genoemd. Men heeft ons gezegd dat wij een onmogelijke onderneming op touw gezet hadden. En nochtans, vandaag is dit product van een scheppende fantasie tot werkelijkheid geworden. Het bestuur van de stad Tel Aviv zal op deze waterweg, die enig is in zijn soort, een vaste bootdienst naar het strand organiseren, en in een nabij verschiet ligt de tijd dat Tel Aviv het “Venetië van het Nabije Oosten” zal worden genoemd. (applaus)

Ziegler: Ze hebben de stad geruïneerd! Het is monsterachtig!

Burgemeester: Inderdaad, monsterachtig waren de moeilijkheden die wij voor deze taak hadden te overwinnen. Onze diepgevoelde dank gaat in de eerste plaats naar het stedelijk planbureau, zonder welks stoutmoedige voorstellingskracht deze grootscheepse ontwikkeling van onze stad nooit mogelijk geweest zou zijn. (applaus)

Ziegler: Er is geen woord van waar! Geloof hem niet!

Burgemeester: Geloof echter niet dat daarmee het laatste woord gesproken is. Niet alleen het planbureau zijn we dank verschuldigd, maar ook de technici en hun machines en last but not least de politie die zelfs in de lastigste fases geen ogenblik het overzicht heeft verloren. Doch boven de ganse prachtige overwinning die wij op heden in gerechtigde feestvreugde vieren, straalt in vlammende letters de naam van de man die dit grootse werk door zijn persoonlijk initiatief op gang gebracht heeft. Jammer genoeg verblijft hij vandaag niet in ons midden. Stil en bescheiden heeft hij zich na volbrachte arbeid weer teruggetrokken.

Ziegler: Een gek!

Burgemeester: Een bezetene van zijn drang naar daden, een fanaticus van de reusachtige taak die hij zich gesteld had, een symbool van de Israëlische arbeidsvreugde en ondernemingsijver. Dames en heren, ik heb de eer het Kasimir Blaumilch-kanaal voor geopend te verklaren. (applaus)

Menigte: Bravo!

Arts: Deze kant uit, mijne heren. Aan het einde van de gang, in cel 103, bevindt zich één van onze zwaarste gevallen, een gewezen stadsbediende. Het prototype van een geestesziekte die algemeen bekend is onder de benaming “idée fixe”. De patiënt lijdt aan een zwaar trauma. (lachje) Hij is ervan overtuigd dat de openbare werken in onze steden louter toevallig tot stand komen, (lacht) bijwijlen zelfs met behulp van ontsnapte zwakzinnigen... (gelach) Hier zijn we er. Komt u niet te dicht bij hem. (opent de celdeur) Goede morgen, meneer Ziegler. Wel, hoe maakt u het vandaag?