Home / Ik delf je gezicht op, ik vier je dood

Ik delf je gezicht op, ik vier je dood

Een vrouw loopt over de geboortegrond van haar moeder (oergrond noemt ze het). De herinneringen keren terug, ze beleeft zichzelf weer als klein kind in Indonesië en vooral haar moeder, de onverbiddelijke, de harde, de liefdeloze.

“Geen armen om me heen. Geen troost tegen het verdriet. Geen beveiliging tegen de angst,” denkt de vrouw over de moeder, “recht als een boom, als een paal, als een polderweg, moeder met je zwanenhals, je rechte rug, je oerkracht.” Het is door die oerkracht dat de vrouw terugkeert naar de oergrond van haar moeder, omdat het voor haar duidelijk is dat de moeder aan de grond haar kracht mede ontleende.

Ze herinnert zich haar moeders dood en het lied “Delf mijn gezicht op, maak mij mooi”. Die twee dingen hebben met elkaar te maken. De vrouw staande op die oergrond geeft zichzelf antwoord: “Ik sta zo lang, tot ikzelf aarde geworden ben en gras, planten en insecten, wind, water en vogels. Oerkracht.” Het is die oerkracht die ze in zich opneemt en eindelijk kan zeggen: “Ik vier je dood vandaag, moeder. Ik heb je eindelijk lief.”

Rolverdeling.

Els Buitendijk de dochter
Dogi Rugani de moeder
Rogine Burggraaf kinderstem
Mies Hagens Sitah

Aanvullende gegevens.

Auteur: Marianne Colijn
Regie: Johan Wolder
Omroep: NCRV
Uitzending: 08-03-1976
Speelduur: 17 minuten
Categorie: Psychologisch