Home / Het lange kerstdiner

Het lange kerstdiner

Het lange kerstdiner brengt ons de levens van elf leden en vier generaties van de familie Bayard, tijdens een negentig jaar durende reeks kerstdiners in het huis van de Bayards. Het eerste kerstdiner wordt gegeven door Roderick en Lucia Bayard, die kortgeleden het huis hebben gekocht en Rodericks moeder inviteren om samen met hen het feest te vieren.

De feesttraditie zet zich door en neef Brandon, een drinkebroer, komt bij de groep, moeder Bayard overlijdt, Roderick wordt rijk, en Roderick en Lucia krijgen een zoon, Charles, en een dochter, Genevieve. Tijdens een reeks korte gedramatiseerde diners komen de kinderen in hun leven en groeien op.

De tijden veranderen een beetje. Roderick wordt ziek en overlijdt ten gevolge van zijn drankzucht. Genevieve gaat naar het buitenland om muziek te studeren. Charles trouwt met Leonora; ze krijgen drie kinderen: de tweelingen Lucia en Samuel, en nog een zoon, Roderick. Samuel wordt gedood in de Eerste Wereldoorlog, Lucia en Roderick gaan de stad uit om hun geluk te beproeven, en een bejaarde nicht, Ermengarde, komt mee aan de kersttafel aanschuiven.

Bij het laatste diner is Ermengarde alleen. Ze leest een brief van Leonora, nu alleen en oud, die zich opmaakt om voor de eerste keer naar het kerstdiner te gaan in het nieuwe huis van haar gehuwde kinderen, die hun eerste kind verwachten. Zo is de familiecyclus afgesloten en begint er een nieuwe, in een ander huis.

Rolverdeling.

Coba Kelling moeder Bayard
Coen Flink haar zoon Roderick
Andrea Domburg haar schoondochter Lucia
Hans Croiset Charles, zoon van Roderick en Lucia
Ina van Faassen Geneviève, dochter van Roderick en Lucia
Mariëtte Flink Leonora, vrouw van Charles
Jules Royaards Roderick
Erik Plooyer Samuel
Ellen van Hemert Lucia
Frans van der Lingen neef Brandon
Jenny van Maerlant nicht Ermengarde

Aanvullende gegevens.

Auteur: Thornton Wilder
Vertaling en regie:: Coos Mulder
Omroep: VPRO
Uitzending: 25-12-1964
Speelduur: 36 minuten
Categorie: Kerst

Over de muziek.

Muziek gebaseerd op "The twelve days of Christmas" van Han Reiziger.

De bron van deze productie.

The Long Christmas Dinner, in: The Long Christmas Dinner and Other Plays in One Act, Coward-McCann, New York 1931.

Hoorspel.

Beluister het complete hoorspel en lees eventueel het script mee.

Het script is voor u uitgeschreven door Herman en Marc Van Cauwenberghe.

Lucia: Ik geloof dat we zo wel klaar zijn, Gertrude. Vandaag zullen we maar niet op de gong slaan. Ik zal ze zelf wel roepen. Roderick, Moeder Bayard! Alles is klaar. Komen jullie eten?

Moeder Bayard: ... en zelfs een nieuw paard, Roderick. Ik dacht vroeger altijd dat alleen slechte mensen er twee paarden op nahielden, Roderick. Een paard erbij, en een nieuw huis, en een jonge vrouw!

Roderick: Ja, moeder, wat zegt u ervan? Ons eerste kerstdiner in het nieuwe huis.

Moeder Bayard: (lacht) Wat zou je lieve vader hier nou wel van zeggen?

Roderick: Hier, Moeder Bayard, gaat u tussen ons in zitten.

Moeder Bayard: (monkellachje) Ach, m'n lieve Lucia, ik kan me herinneren dat er hier op deze plek nog indianen woonden, en... en toen was ik toch al volwassen! Ik weet nog dat we de Mississippi over moesten steken op een vlot dat we zelf gemaakt hadden. En in St. Louis en Kansas City krioelde het van de indianen.

Lucia: Ho, stel je voor! Zo... Wat een schitterende dag voor ons eerste kerstdiner: een heerlijke zonnige morgen, sneeuw en een prachtige preek. Dr. McCarthy preekt altijd buitengewoon mooi. Ik moest gewoon huilen.

Roderick: Zeg het 'ns, moeder? Wat zal het zijn? Een dun stukje wit vlees?

Lucia: Alles is wit berijpt, tot het kleinste takje toe. Dat zie je haast nooit... Zal ik het voor u klaarsnijden?... Gertrude, ik heb de gelei nog vergeten, je weet wel, op de bovenste plank... Moeder, met de verhuizing heb ik de juskom van grootmoeder gevonden. Hoe heette ze? Trouwens, uw hele familie? U heette... Geneviève Wainwright. En uw moeder?

Moeder Bayard: (lachje) Ja, je moet het ergens opschrijven. Ik heette Geneviève Wainwright en mijn moeder heette Faith Morrison. Ze was de dochter van een boer, in New Hampshire, die tegelijk een soort smid was. En zij trouwde met de jonge John Wainwright.

Lucia: Geneviève Wainwright... Faith Morrison...

Roderick: Het staat allemaal in een boek ergens boven. We hebben het wel. Heel interessant... Kom, Lucia, een slokje wijn? Moeder, wat rode wijn voor Kerstmis? Daar zit staal in, en het is goed voor de maag.

Lucia: Ik kan niet tegen wijn. Wat zou mijn vader zeggen? Nou ja, het zal wel geen kwaad kunnen.

(vijf jaar later)

neef Brandon: Nee maar, ik ruik kalkoen! Mm... Lieve neef en nicht, ik kan jullie niet zeggen hoe prettig ik het vind om hier met Kerstmis bij jullie te komen dineren. Ik heb zo lang zonder familie gezeten daar in Alaska. 'ns Kijken, hoe lang wonen jullie nou al hier, Roderick?

Roderick: Nou, ja, dat zal ongeveer zijn...

Moeder Bayard: Vijf jaar! Het is vijf jaar, kinderen. Jullie moesten eigenlijk een dagboek bijhouden. Dit is jullie zesde kerstdiner hier.

Lucia: Hoor je dat, Roderick? Het is soms net alsof we hier al twintig jaar wonen.

Brandon: Het huis ziet er anders nog zo goed als nieuw uit.

Roderick: Wat zal het zijn, Brandon? Licht of donker?... Frieda, vul jij Neef Brandons glas eens?

Lucia: O nee, ik... ik kan niet zo goed tegen wijn. Wat zou mijn vader ervan zeggen?... Wat zal 't zijn, Moeder Bayard?

Moeder Bayard: Ja ja, ik kan me nog heel goed herinneren dat er hier indianen woonden.

Lucia: Moeder Bayard is de laatste tijd helemaal niet zo best, Roderick.

Moeder Bayard: De meisjesnaam van mijn moeder was Faith Morrison. En in New Hampshire trouwde zij met John Wainwright, een dominee.

Lucia: Zou u niet liever wat gaan liggen?

Moeder Bayard: En op een dag, midden onder z'n preek, zei ie tegen zichzelf: “Met dat meisje wil ik trouwen.” En dat deed hij. En ik ben hun dochter.

Lucia: Even een dutje doen?

Moeder Bayard: 't Gaat best. Eet maar rustig door. Ik was tien jaar, en toen zei ik tegen m'n broer...

(een jaar later)

Brandon: Erg jammer dat het vandaag zulk somber koud weer is, mm? We moeten het licht haast aansteken. Ik heb nog even met majoor Lewis staan praten na de kerk. Hij heeft last van ischias, maar verder maakt ie het best.

Lucia: Ik... ik weet dat Moeder Bayard niet zou willen dat we met Kerstmis over haar treuren, maar... ik moet aldoor aan haar denken, zoals ze hier in haar rolstoel naast ons zat. Da's nog maar een jaar geleden en het zou 'r zo een plezier gedaan hebben om... om ons nieuws te horen.

Roderick: Stil nou maar... Het is Kerstmis. Neef Brandon?

Brandon: Mm?

Roderick: Mogen wij het glas 'ns heffen?

Brandon: Heel graag, Roderick. God zegene jullie.

Lucia: Heeft majoor Lewis erge last van z'n ischias?

Brandon: Nogal, geloof ik. Maar ja, je weet hoe ie is. Hij zegt: over honderd jaar maakt het allemaal toch allemaal niks meer uit. (ze lachen)

Lucia: Ja, hij is een echte wijsgeer.

Roderick: Zijn vrouw laat je hartelijk danken voor je kerstcadeau.

Lucia: Wat heb ik 'r ook weer gegeven? O ja, het naaimandje.

Lucia: Mijn lieve schat! Mijn engelachtige baby. Heb je ooit zo'n kind gezien? Zeg het vlug, zuster, een jongen of een meisje? Een jongen! Roderick, hoe zullen we 'm noemen? Nee, zuster, zo'n mooi kind heb ik nog nooit gezien.

Roderick: We zullen 'm Charles noemen, naar je vader en je grootvader.

Lucia: Maar in de Bijbel komt geen Charles voor, Roderick.

Roderick: Natuurlijk! Vast wel.

Lucia: Roderick!... Nou, goed dan. Voor mij zal ie altijd Samuel zijn. Die handjes, is het geen wonder? Vind je ze niet de mooiste handjes van de hele wereld?... Goed, zuster. Slaap lekker, m'n lieveling.

Roderick: Laat 'm niet vallen, zuster! Brandon en ik hebben 'm nodig in de zaak! (ze lachen)

Roderick: Lucia, wat wit vlees? Wat vulsel? Wil iemand nog wat cranberry's?

Lucia: Margaret, het vulsel is uitstekend vandaag... Een klein beetje maar, dank je.

Roderick: Kom, we schenken nog 'ns in. Neef Brandon, zullen we 't glas maar 'ns heffen?

Brandon: (lacht) Heel graag, Roderick.

Roderick: Op de dames! God zegene ze.

Lucia: Dank u, mijne heren.

Brandon: Jammer dat het vandaag zo bewolkt is, hè. En geen sneeuw...

Lucia: Maar de preek was prachtig. Ik kan er niets aan doen, ik moest huilen. Dominee Spaulding preekt werkelijk uitstekend.

Roderick: Ik sprak Majoor Lewis even, na de kerk. Hij zei dat hij bij vlagen last heeft van zijn reumatiek. O, zijn vrouw zegt dat ze vanmiddag iets voor Charles komt brengen.

Lucia: O, m'n lieve kleine schat! Het was niet eens bij me opgekomen dat het een meisje zou kunnen zijn. O, zuster, ze is volmaakt.

Roderick: Nu mag jij haar een naam geven, het is jouw beurt.

Lucia: Dadadadada... Ja, dit keer krijg ik m'n zin. We noemen haar Geneviève, naar jouw moeder. Slaap lekker, mijn bloemetje. Denk je 'ns even in: eens op een dag zal ze volwassen zijn. Dan zal ze binnenkomen en zeggen: “Goeiemorgen, moeder. Goeiemorgen, vader.” Heus, neef Brandon, zo'n beeldige baby zie je niet iedere dag.

Brandon: Onze nieuwe fabriek mag er ook zijn.

Lucia: Een nieuwe fabriek? Meent u dat?

Brandon: Mm.

Lucia: Roderick, ik zal me niets op m'n gemak voelen als we nog 'ns rijk worden. Daar ben ik al jarenlang bang voor. Maar over zulke dingen moeten we op Kerstmis niet praten... Alleen nog een stukje wit vlees, Roderick... Charles moet maar dominee worden. Ik zie het voor me.

Roderick: Maar mijn lieve vrouw, hij is pas twaalf! Laat 'm toch zelf zijn keus doen. Ja, wij willen 'm graag in de zaak, daar kom ik rond voor uit. Het is nou eenmaal zo, de tijd gaat nooit zo langzaam als wanneer je wacht tot je kroost oud genoeg is om in de zaak te komen werken.

Lucia: O, ik wil helemaal niet dat de tijd sneller gaat. Nee hoor, ik vind de kinderen verrukkelijk zoals ze nu zijn... Toe, Roderick, je weet wat de dokter gezegd heeft: één glas wijn per maaltijd. Nee, Margaret, niet meer, dank je wel.

Roderick: Ik begrijp echt niet wat er met me is.

Lucia: Roderick, wees verstandig.

Roderick: Maar... maar kindje, de statistieken wijzen immers uit dat... dat wij... vaste, matige drinkers...

Lucia: Roderick! Liefste, wat is er...?

Roderick: Wel wel wel, dat is heerlijk weer met jullie aan tafel te zitten. Hoeveel verrukkelijke kerstdiners heb ik boven niet moeten missen. En dan nu aan te zitten bij zo'n vrolijk diner op zo'n stralende dag!

Lucia: O lieveling, wat een angstige tijd is dat geweest... Hier is je glas melk. Josephine, breng meneer Bayard zijn pillen, uit de kast in de bibliotheek.

Roderick: In ieder geval zal ik, nu ik beter ben, beginnen met het huis 'ns onder handen te nemen.

Lucia: Roderick, je gaat er toch niets aan veranderen?

Roderick: O nee, alleen hier en daar wat opknappen. Het ziet er uit of het honderd jaar oud is.

Lucia: Charles, snij jij de kalkoen 'ns voor, jongen, je vader voelt zich niet zo goed. Jij hebt altijd gezegd dat je 't land had aan snijden, Roderick, terwijl je 't toch zo goed kunt.

Charles: Het waait geweldig hard vanmorgen, moeder. Het lijken wel kanonnen, zoals de wind over de heuvel komt aanbulderen.

Lucia: (lachje) En dan die prachtige preek! Ik moest huilen, ik kon er niets aan doen. Moeder Bayard hield ook zo van een mooie preek. En ze zong de kerstliederen het hele jaar door. Ach, Roderick, ik heb de hele morgen aan haar moeten denken.

Roderick: Stil, Lucia. Het is Kerstmis vandaag. Niet aan zulke dingen denken! Niet zo somber, hoor!

Lucia: Maar iets treurigs hoeft toch niet somber te zijn. Ik... ik word oud, denk ik. Ik denk graag aan treurige dingen.

Charles: Maar oom Brandon, u hebt helemaal niks te eten! Geef mij zijn bord 'ns aan, Hilda, en de cranberry's.

Geneviève: Wat is het schitterend buiten! Alles is berijpt, tot het kleinste takje toe. Nou, dat zie je haast nooit.

Lucia: (lachje) Heb je nog tijd gehad om de pakjes af te geven na de kerk, Geneviève?

Geneviève: Ja, mama. De ouwe mevrouw Lewis laat u er duizendmaal voor bedanken. 't Was net wat ze nodig had, zei ze... O, geef me daar veel van, Charles, een hele massa.

Roderick: De statistieken, dames en heren, wijzen uit dat wij, vaste, matige drinkers...

Charles: Gaat u vanmiddag mee schaatsenrijden, vader?

Roderick: (lachje) Ik word vast negentig.

Lucia: Ik geloof dat het beter is dat ie niet gaat schaatsenrijden.

Roderick: Natuurlijk. Maar... maar nu nog niet...

Lucia: Hij was nog zo jong. En hij was zo knap, neef Brandon.

Brandon: Mm?

Lucia: Ik zei: hij was nog zo jong en hij was zo knap.

Brandon: Ja...

Lucia: Jullie zullen je vader nooit vergeten, kinderen. Hij was een beste man. Hij zou niet willen dat we vandaag om 'm treurden.

Charles: Licht of donker, Geneviève? Nog een heel dun stukje, moeder?

Lucia: Ik herinner me nog ons eerste kerstdiner in dit huis, Geneviève, vandaag 25 jaar geleden. Moeder Bayard zat hier, in haar rolstoel. Zij had nog meegemaakt dat er hier indianen woonden en dat ze de rivier moesten oversteken op een vlot, dat... dat ze zelf gemaakt hadden.

Charles: Dat is toch onmogelijk, moeder!

Geneviève: Dat kan toch niet!

Lucia: Het is heus waar! Ik kan me zelf herinneren dat er nog maar één geplaveide straat was. We waren al blij als we op planken konden lopen. Nietwaar, neef Brandon?

Brandon: Mm?

Lucia: Wij herinneren ons de tijd nog dat er geen trottoirs waren.

Brandon: Ja, ja ja ja ja ja, dat was me nog 'ns een tijd!

Charles en Geneviève: Die goeie ouwe tijd. (lachje)

Lucia: En het bal, gisteravond, Geneviève? Heb je je geamuseerd? Ik hoop dat je niet gewalst hebt. Ik vind dat meisjes van onze stand het goede voorbeeld moeten geven. Heeft Charles een oogje op je gehouden?

Geneviève: Hij had er geen meer over. Hij had alleen oog voor Leonora Banning. Hij kan het niet langer verbergen, moeder. Ik wed dat ie met 'r verloofd is.

Charles: Ik ben helemaal niet verloofd!

Lucia: (lachje) Nou, ze ziet er heel lief uit.

Geneviève: Ik trouw niet, moeder... Ik blijf bij jou, in dit huis. Alsof het leven één lang gelukkig kerstdiner was.

Lucia: Ach kindje, zeg toch niet zulke rare dingen.

Geneviève: Wilt u me niet? Wilt u me niet?... Maar moeder, moet u daar nou om huilen? Daar is toch niets treurigs aan? Dat is toch niet om te huilen...

Lucia: Ho... Neem me niet kwalijk. Ik ben in zo'n vreemde stemming.

Leonora: Goedemorgen, Moeder Bayard. Goedemorgen, allemaal. Wat een stralende Kerstdag.

Charles: Een klein stukje wit vlees, Geneviève? Moeder? Leonora?

Leonora: Alles is wit berijpt, tot het kleinste takje toe. Dat zie je haast nooit.

Charles: Oom Brandon, nog een glas wijn? Rogers, vul het glas van mijn oom nog 'ns.

Lucia: Doe net alsof je vader altijd deed. Het zou neef Brandon zo'n genoegen doen. Je weet wel: “Oom Brandon, zullen we samen het glas heffen?”

Brandon: Ja... ja...

Charles: Oom Brandon, zullen wij het glas maar 'ns heffen?

Brandon: Ja ja, heel graag, Charles. Op de dames. God zegene ze allemaal.

de dames: (lachen) Dank u! Dank u!

Geneviève: O, als ik naar Wenen ga voor m'n muziek, dan ben ik beslist terug met Kerstmis. Dat zou ik niet willen missen.

Lucia: Ik moet er niet aan denken! Jij helemaal alleen in al die vreemde pensions.

Geneviève: Maar lieve moeder, de tijd zal zo snel gaan dat je nauwelijks merkt dat ik weg ben. Voor je 't weet ben ik weer terug.

Leonora: O, o wat een engeltje. Het liefste kind op de hele wereld. Hè, laat mij d'r even vasthouden, zuster.

Leonora: En ik was er zo blij mee...

Geneviève: Kan ik iets voor haar doen?

Lucia: Nee, kind. Alleen de tijd kan deze wonde helen... Vinden jullie ook niet dat we nicht Ermengarde moesten vragen bij ons te komen wonen? Er is genoeg voor iedereen en er is geen enkele reden waarom ze steeds maar die eerste klas blijft les geven. Ze zou hier toch niet in de weg lopen, Charles?

Charles: Nee, dat kan wat mij betreft best. Iemand nog aardappelen of jus?

Brandon: Mooie tijden... Mooie tijden waren dat in Alaska...

Geneviève: Moeder, wat is er...?

Lucia: Ssst, kindje, het gaat wel weer voorbij. Houd je maar aan je muziek... Nee nee nee, nee nee nee, ik wil een ogenblikje alleen zijn.

Charles: Als de Republikeinen zich nou 'ns vermanden, zouden ze zijn herkiezing kunnen voorkomen.

Geneviève: Charles, moeder zegt wel niets, maar ze is de laatste dagen helemaal niet zo goed.

Charles: Zeg, moeder, wij gaan er 'ns een paar weken uit, hè? Naar Florida.

Lucia: Niet dom zijn, hoor. Niet om me treuren!

Leonora: O, wat een heerlijk stel, een tweeling. Charles, zijn ze niet geweldig? Kijk toch 'ns naar ze! Kijk dan!

Geneviève: En ik dan? Wat moet ik nu doen?...

Charles: Hoe hou ik ze ooit uit elkaar?

Lucia: Ik heb het gevoel alsof ik de eerste moeder ben die ooit een tweeling heeft gekregen. Kijk toch 'ns! Ach, maar waarom heeft Moeder Bayard dit niet mogen beleven?

Geneviève: Ik wil niet meer verder leven. Ik kan er niet meer tegen.

Charles: Maar Geneviève, Geneviève! Wat zou moeder het verschrikkelijk vinden als ze wist... Geneviève!

Geneviève: Ik heb 'r nooit verteld hoe geweldig ze was. We deden allemaal alsof ze zomaar een vriendin was. Ik dacht dat ze altijd hier zou zijn.

Lucia: Geneviève, lieveling, kom 'ns hier en hou even hun handjes vast. We zullen het meisje Lucy noemen, naar haar grootmoeder. Hoe vind je dat? Ach, en kijk toch 'ns wat een schattige kleine handjes ze hebben.

Geneviève: Ja, ze zijn allerliefst, Leonora.

Lucia: Steek 'm je vinger 'ns toe. Laat 'm die 'ns pakken.

Charles: En die jongen zullen we Samuel noemen. Maak kom, laten we nou eerst allemaal af eten, hè. Laat ze niet vallen, zuster. In ieder geval die jongen niet. Die hebben we in de zaak nodig.

Lucia: Eens zullen ze volwassen zijn. Stel je voor! Dan zullen ze binnenkomen en zeggen: “Dag moeder!”

Charles: Kom, jullie nog wat wijn? Leonora? Geneviève? Dat is gezond, hoor. Eén en al staal. Edward, vul jij de glazen 'ns. Een prachtig vriesweer vanochtend. Vroeger, dan ging ik altijd schaatsenrijden met vader op zo'n ochtend. En dan kwam moeder uit de kerk, en die zei altijd...

Geneviève: Ja, ik weet het. Dan zei ze: “Het was een prachtige preek. Ik kon er niets aan doen, ik moest huilen.”

Lucia: Waarom huilde ze?

Geneviève: Die generatie huilde iedereen op de preek. Dat was zo de gewoonte.

Lucia: Ja, echt, Geneviève?

Geneviève: Als kleine kinderen moesten ze al naar de kerk. En misschien deden die preken hen aan hun vader en moeder denken, zoals wij dat hebben met het kerstdiner. Vooral in zo'n oud huis als dit.

Lucia: Ja, het is heus vrij oud, Charles. En lelijk ook, met al dat ijzersmeedwerk en die afschuwelijke koepel.

Geneviève: Charles, je gaat toch niets veranderen aan het huis?

Charles: Nee, nee nee nee. Ik ben erg aan het huis gehecht. Maar ja, mijn hemel, het is al vijftig jaar oud. Van het voorjaar zullen we de koepel slopen. Mm? En een nieuwe vleugel bouwen aan de kant van de tennisbaan.

Leonora: En zouden we niet je lieve oude nicht Ermengarde vragen om bij ons te komen wonen? Ze is de bescheidenheid zelve.

Charles: Vraag het haar direct. Bevrijd haar van die eerste klas.

Geneviève: Vreemd, maar we denken d'r alleen aan met Kerstmis, als we haar kerstkaart bekijken.

Lucia: Weer een jongen! Weer een jongen! Eindelijk een Roderick voor je, Charles.

Charles: Roderick Brandon Bayard... Een echte vechtersbaas!

Lucia: Dag lieve kleine schat. Word maar niet al te vlug groot. Ja, da... da... blijf maar net zoals je bent. Dank u, zuster.

Geneviève: Blijf maar net zoals je bent...

Lucia: Nu heb ik drie kinderen. Een, twee, drie. Twee jongens en een meisje. Een hele verzameling. Het is geweldig! Waar, zeg je, Hilda? O, daar is nicht Ermengarde. Kom binnen, nicht.

Ermengarde: Wat heerlijk om hier weer bij jullie te mogen zijn.

Charles: (lachje) De tweelingen zijn al dol op u, nicht Ermengarde.

Lucia: Lucia ging dadelijk naar u toe.

Charles: Hoe zit dat ook weer met de familierelatie, nicht Ermengarde? Geneviève, dat is nou echt iets voor jou om dat uit te zoeken. Eerst nog een stukje kalkoen? Wil er iemand nog cranberry's?

Geneviève: Even nadenken: Grootmoeder Bayard was uw...

Ermengarde: Jouw grootmoeder Bayard was een achternicht van mijn grootmoeder Haskins, via de Wainrights.

Charles: Ja, dat staat allemaal haarfijn beschreven in dat boek boven. Interessante lectuur!

Geneviève: Onzin! Zo'n boek hebben we helemaal niet. Ik heb alleen dingen overgenomen van grafstenen. En ik wil je wel zeggen dat je heel wat mos moet wegkrabben om een overgrootvader te ontdekken.

Charles: Mm. Ik heb 'ns gehoord dat grootmoeder Bayard met een vlot de Mississippi placht over te steken toen er nog geen veerdiensten en bruggen bestonden. Zij stierf voordat Geneviève en ik geboren waren. Ja, de tijd gaat snel in zo'n groot nieuw land als dit. Nog wat cranberry's, nicht Ermengarde?

Ermengarde: In Europa moet de tijd wel kruipen met deze afschuwelijke oorlog.

Charles: Och, een oorlog zo nu en dan is misschien nog niet zo kwaad. Ruimt een hoop gif op dat zich in allerlei landen heeft verzameld. (lachje) 't Is net een steenpuist.

Ermengarde: Maar Charles toch...

Charles: (lacht) Net een steenpuist! (lacht) Ha, kijk, daar komen de tweelingen!

Lucia: Zie ie d'r niet fantastisch uit, moeder?

Charles: Laat je 'ns bewonderen, jongen.

Samuel: Moeder, laat Roderick met z'n poten van m'n postzegels afblijven als ik weg ben.

Leonora: Sam, zul je ons zo nu en dan 'ns schrijven? Niet vergeten, toe...

Samuel: U zou me best zo nu en dan eens zo'n heerlijke cake van u kunnen sturen, nicht Ermengarde.

Ermengarde: Natuurlijk zal ik dat doen, lieve jongen.

Charles: Als jij geld nodig hebt, jij weet dat we vertegenwoordigers hebben in Parijs en in Londen.

Samuel: Nou, tot ziens dan.

Ermengarde: Toen we uit de kerk kwamen, sprak ik nog even met mevrouw Fairchild. Ze vertelde me dat het met haar ischias wat beter gaat. Ze laat je hartelijk danken voor je kerstgeschenk. Was het niet een naaimandje? Het was een prachtige preek, en ons glas-in-lood raam deed het zo mooi, Leonora. Zo mooi! Iedereen had het erover. En iedereen sprak ook zo hartelijk over Samuel. Neem me niet kwalijk, Leonora, maar het is veel beter om wel over 'm te praten, nu we toch allemaal voortdurend aan 'm denken.

Leonora: Hij was nog maar een kind. Hij was nog maar een kind, Charles...

Charles: Toe lieveling, toe nou...

Leonora: Ik moet 'm zeggen hoe geweldig flink ie was. We lieten 'm zomaar weggaan. Ik moet 'm zeggen wat ie voor ons allemaal betekent. Het spijt me, 'k moet even wat rondlopen. U hebt gelijk, nicht Ermengarde, het is het beste om wel over 'm te praten.

Lucia: Kan ik niet iets doen?

Geneviève: Nee, alleen de tijd kan hier helpen.

Roderick: Wat is er aan de hand? Waarom doen jullie allemaal zo somber? We hebben heerlijk geschaatst vandaag.

Charles: Ga zitten, Roderick. 'k Heb je iets te zeggen.

Roderick: We waren allemaal op het ijs. Lucia heeft de hele tijd met Dan Creighton gereden, ergens achteraf. Wanneer horen wij het nieuws, Lucia?

Lucia: Tha!

Roderick: Nou? Wanneer?

Lucia: Waar heb je 't over?

Roderick: Lucia gaat ons gauw verlaten, moeder. Dan Creighton, nota bene.

Charles: Roderick, ik heb je wat te zeggen!

Roderick: Ja, vader?

Charles: Roderick, is het waar dat jij je gisteravond op de Country Club hebt misdragen, en op het kerstbal nog wel?

Leonora: Nu niet, Charles, toe alsjeblieft, het is ons kerstdiner.

Roderick: Nee, dat is niet waar.

Lucia: Nee, heus, vader, het is niet waar. Het was die ellendige Johnny Lewis.

Charles: Wat zal mij die Johnny Lewis schelen? Wat ik wil weten is of een zoon van mij...

Leonora: Toe, Charles, asjeblief...

Charles: De eerste familie van de stad!

Roderick: Ik verfoei deze stad en alles wat erbij hoort! Al jaren!

Charles: Jij hebt je gedragen als een verwende aap, jongmens. Een verwende en onopgevoede aap.

Roderick: Wat heb ik dan gedaan? Wat heb ik voor verkeerds gedaan?

Charles: Jij was dronken! En je bent onhebbelijk geweest tegen de dochters van mijn beste vrienden!

Geneviève: Wat ie ook gedaan heeft, zo'n afschuwelijke scène is zinloos. Charles, ik schaam me over je.

Roderick: Grote God, je moet je wel bezuipen in deze stad. Om te vergeten hoe stomvervelend alles hier is. De tijd kruipt hier zo dat het lijkt of ie stilstaat.

Charles: Heel goed, jongeman. Dan zullen wij die tijd 'ns wat productief gaan maken. Jij verlaat de universiteit en 2 januari kom je bij ons op de Bayardfabriek.

Roderick: Ik heb wel wat beters te doen dan op die ouwe fabriek van jullie te komen. Ik ga ergens heen waar de tijd niet stilstaat.

Leonora: Roderick, Roderick, kom nou 'ns even hier... Charles, waar gaat ie heen?

Lucia: Ach, stil maar, moeder. Hij komt wel weer terug. Nou, ik moet 'ns boven om m'n koffers te pakken.

Leonora: Ik hou geen één kind over!...

Lucia: Ssst, moeder. Hij komt wel weer terug! Hij is naar Californië toe, of zoiets. Nicht Ermengarde heeft m'n koffer al gepakt. Duizendmaal dank, nicht Ermengarde... (kust haar moeder) Ik kom gauw terug.

Ermengarde: 't Is een stralende dag! Na de kerk ben ik nog even bij mevrouw Forrester langsgegaan. Ze heeft telkens weer aanvallen van ischias.

Leonora: Heeft ze veel pijn?

Ermengarde: Ach, ze zegt dat het over honderd jaar toch allemaal niets meer uitmaakt.

Leonora: Ze is een dappere kleine stoïcijn.

Charles: Kom, nog een dun stukje wit vlees, moeder?... Mary, geef mij het bord van mijn nicht eens aan.

Leonora: Wat heb je daar, Mary? O, het is een telegram van Lucia en Dan, uit Parijs! “Veel liefs en prettige Kerstmis voor jullie allemaal.” Ja, ik schreef ze dat we van hun bruidstaart zouden eten en aan hen zouden denken vandaag. Het schijnt al vast te staan dat ze in het Oosten gaan wonen. Zelfs m'n dochter komt niet in de buurt wonen. Ze hopen een huisje te laten bouwen ergens aan de kust ten noorden van New York.

Geneviève: Er is geen kust ten noorden van New York.

Leonora: Nou ja, ten oosten of ten westen dan, het doet er niet toe.

Charles: Tjonge jonge, wat een donkere dag. Wat gaat de tijd langzaam zonder jonge mensen om je heen...

Leonora: Ik heb ergens drie kinderen.

Charles: Eén van hen heeft zijn leven gegeven voor zijn vaderland.

Leonora: En één van hen verkoopt aluminium in China.

Geneviève: Ik kan alles verdragen, behalve dat afschuwelijke roet overal. We hadden al lang geleden hier weg moeten gaan. We zijn omringd door fabrieken! Elke week moeten we schone gordijnen ophangen.

Leonora: Maar Geneviève!

Geneviève: Ik hou het niet uit! Ik hou het niet meer uit...! Ik ga naar het buitenland. 't Is niet alleen die roet die door de muren van dit huis heen dringt, het zijn de gedachten, het is de herinnering aan wat geweest is en wat er geweest had kunnen zijn. En iets in dit huis dat je 't gevoel geeft of de jaren weggemalen worden. Mijn moeder stierf gisteren, niet 25 jaar geleden. (jammert) Ik ga in Europa wonen en daar sterven. Ja, ik zal de ouwe vrijster uit Amerika zijn, die haar leven eindigt in een pension in München of in Florence.

Ermengarde: Geneviève, je bent moe!

Charles: Kom, Geneviève, drink een glas koud water. Mary, zet het raam een beetje open.

Geneviève: Het spijt me... Het spijt me...

Ermengarde: Ik denk wel dat Geneviève bij ons terug zal komen...

Ermengarde: Je had vandaag uit moeten gaan, Leonora. Het was zo'n dag dat alles met rijp bedekt is. Heel erg mooi.

Charles: Leonora, vader en ik gingen op een dag als vandaag altijd samen schaatsenrijden. Ik wou dat ik me wat beter voelde.

Leonora: Wat...? Heb ik nu twee invaliden tegelijk te verzorgen? Kom, nicht Ermengarde, u moet beter worden en me helpen Charles te verplegen.

Ermengarde: Ik zal m'n best doen.

Charles: Nou, goed dan, Leonora, ik zal doen wat je vraagt. Ik zal die aap van een jongen een brief schrijven en hem alles kwijtschelden en vergeven. Het is Kerstmis. Ik maak er een telegram van. Ja, ja, dat doe ik.

Leonora: Ermengarde, het geeft me zo'n troost jou bij me te hebben... Mary, ik kan echt niet eten. Nou, goed dan, misschien één dun plakje wit vlees.

Ermengarde: Toen ik uit de kerk kwam, sprak ik mevrouw Keene nog even. Ze vroeg naar de kinderen. In de kerk voelde ik mij erg trots toen ik onder onze ramen zat, Leonora, en naast onze koperen gedenkplaten. De Bayardbanken, ik ben er zo aan gehecht.

Leonora: Ermengarde, zou je erg boos op me zijn als ik dit jaar wegging om bij de kinderen te logeren?

Ermengarde: Nee, waarom? Ik weet hoe ze naar je verlangen en je nodig hebben. Vooral nu ze hun nieuwe huis gaan laten bouwen.

Leonora: Je zult niet boos op me zijn? Dit huis is van jou, zo lang als je d'r wilt wonen, dat weet je.

Ermengarde: Ik begrijp niet wat jullie tegen het huis hebben. Ik ben gewoon dol op het huis.

Leonora: Ik kom gauw terug. Voor je 't weet, ben ik weer hier en dan kunnen we elkaar 's avonds weer voorlezen...

Ermengarde: Nee, Mary, ik ben van gedachte veranderd. Zou jij Bertha willen vragen of ze een advocaatje voor me klaarmaakt?... Toch z'n lieve brief van mevrouw Bayard vanmorgen, Mary. Zo'n lieve brief. Dit is hun eerste kerstdiner in het nieuwe huis. Ze zullen wel erg gelukkig zijn. Ze noemen haar Moeder Bayard, schrijft ze, alsof ze een oude dame was, en ze zegt dat ze het gemakkelijker vind om een rolstoel te gebruiken. Het is een allerliefste brief... En, Mary, ik kan je een geheim vertellen. Het is nog een groot geheim, denk eraan! Ze verwachten een kindje. Is dat geen goed nieuws? Nou ga ik een beetje lezen... Lieve kleine Roderick... Lieve kleine Lucia...