Home / De witte waaier

De witte waaier

De eenakter "De witte waaier" behoort tot de poëtische spelen die de Weense dichter Hugo von Hoffmansthal beroemd maakten. Het werd geschreven in 1906 en is een karakteristiek voortbrengsel van symbolisme en neoromantiek. Het is ongrijpbaar als een zeepbel en ontwikkelt in rijke, maar lichtvoetige lyriek alleen stemmingen, nauwelijks een verhaal.

De auteur noemt het dan ook niet een "toneelstuk", maar duidt het aan met de vluchtige, muzikale term "Intermezzo". De wisselende stemmingen waaruit dit muziekje in woorden is opgebouwd, hebben als donkere ondertoon de suggestie van een kerkhof waar de verschillende sprekers elkaar ontmoeten.

De jonge edelman Fortunio die zichzelf heerlijk kwelt met dweepziek verdriet op het graf van zijn vrouw. Zijn nicht Miranda, eveneens geobsedeerd door de doodsgedachte sinds ze haar man heeft verloren. Beide mensen lijken niet meer bij machte tot leven in de werkelijkheid, omdat ze pruilend willen rondwaren in buitenwereldse gebieden. Tot, misschien tot hun eigen schaamte en schande, de verrukking van wereld en leven hen opnieuw overvalt en het stuk besluit met de suggestie van nieuwe mogelijkheden tot geluk.

Tegen dit thema van de wisselvalligheid van stemmingen die de jeugd niet in de hand heeft maar waaraan zij ten prooi is, worden met enkele streken andere motieven aangeduid: de wereldwijze, berustende zelfspot van de ouderdom die het leven tot op de bodem heeft gedronken (Fortunio's grootmoeder), de nuchtere scepsis van de zakenvrouw (Miranda's mulattin) en het vertederende begin van alle geluk en verdriet: het eerste kleine liefdesverlangen (het dienstmeisje Catalina).

De lichte toets waarin de langs elkaar glijdende gesprekken zijn geschreven, liegt daarbij de diepzinnige achtergronden weg. Von Hoffmansthal heeft deze verfijnde methode om ongemerkt belangrijke dingen te zeggen met de volgende meesterlijke formulering aangegeven: "De diepte moet men verbergen. Waar? Aan de oppervlakte."

Rolverdeling.

Paul van der Lek Fortunio
Dogi Rugani diens grootmoeder
Frans Somers Livio
Lies Franken Miranda
Mies Hagens de mulattin
Mariëlle Fiolet Catalina
Paul Deen proloog- en epiloogspreker

Aanvullende gegevens.

Auteur: Hugo von Hofmannsthal
Vertaling: Dr. H. Kapteijns
Regie: Willem Tollenaar
Omroep: KRO
Uitzending: 23-02-1965
Speelduur: 41 minuten
Categorie: Sociaal

De bron van deze productie.

Der weiße Fächer, 19-09-1945 Österreichischer Rundfunk-Studio Wien.